BWBR0020698
Geldig vanaf 01-01-2007
Artikel 3
Beleidsregel partieel gebruik van de standaardbenadering onder de IRB
1. Voor de toepassing van artikel 76, eerste lid, onderdeel a, van het Besluit, is aan de daar genoemde voorwaarde voldaan indien:
a. de aanvrager aantoont dat de betreffende categorie vorderingen geen grote risico’s vertegenwoordigt;
b. de aanvrager onderbouwt dat het aantal materiële tegenpartijen in de betreffende categorie dermate klein is dat de veronderstelling van voldoende granulariteit niet houdbaar is; en
c. de aanvrager aantoont dat de ontwikkeling van een ratingsysteem dat voldoet aan de eisen van hoofdstuk 3 van de Regeling niet mogelijk is respectievelijk slechts tegen tot onevenredige implementatielasten mogelijk is.
2. Aan de in het eerste lid, onderdeel a, bedoelde voorwaarde is in ieder geval voldaan indien de aanvrager aantoont dat het merendeel van de tegenpartijen in de categorie een externe rating heeft.
a. de aanvrager aantoont dat de betreffende categorie vorderingen geen grote risico’s vertegenwoordigt;
b. de aanvrager onderbouwt dat het aantal materiële tegenpartijen in de betreffende categorie dermate klein is dat de veronderstelling van voldoende granulariteit niet houdbaar is; en
c. de aanvrager aantoont dat de ontwikkeling van een ratingsysteem dat voldoet aan de eisen van hoofdstuk 3 van de Regeling niet mogelijk is respectievelijk slechts tegen tot onevenredige implementatielasten mogelijk is.
2. Aan de in het eerste lid, onderdeel a, bedoelde voorwaarde is in ieder geval voldaan indien de aanvrager aantoont dat het merendeel van de tegenpartijen in de categorie een externe rating heeft.
- Citeren als
- Art. 3
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0020698
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl