BWBR0020685
Geldig vanaf 2007-01-01
Artikel 31
Wet medezeggenschap op scholen
1. De commissie neemt kennis van de geschillen, bedoeld in de artikelen 32, 33, 34en 35.
2. De commissie is in geval van een geschil als bedoeld in het eerste lid bevoegd een bemiddelingsvoorstel voor te leggen aan het bevoegd gezag en de medezeggenschapsraad, tenzij het bevoegd gezag of de medezeggenschapsraad te kennen geven daarop geen prijs te stellen.
3. Uitspraken van de commissie in geschillen als bedoeld in het eerste lid, waaronder begrepen bemiddelingsvoorstellen waarover overeenstemming is bereikt, zijn bindend voor het bevoegd gezag en de medezeggenschapsraad.
4. De bepalingen van de derde afdeling van de vijfde titel van het tweede boek van het <a href="/wet/BWBR0001827" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering</a>zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat in geval van een geschil als bedoeld in artikel 35een dwangsom uitsluitend kan worden opgelegd aan het bevoegd gezag.
2. De commissie is in geval van een geschil als bedoeld in het eerste lid bevoegd een bemiddelingsvoorstel voor te leggen aan het bevoegd gezag en de medezeggenschapsraad, tenzij het bevoegd gezag of de medezeggenschapsraad te kennen geven daarop geen prijs te stellen.
3. Uitspraken van de commissie in geschillen als bedoeld in het eerste lid, waaronder begrepen bemiddelingsvoorstellen waarover overeenstemming is bereikt, zijn bindend voor het bevoegd gezag en de medezeggenschapsraad.
4. De bepalingen van de derde afdeling van de vijfde titel van het tweede boek van het <a href="/wet/BWBR0001827" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering</a>zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat in geval van een geschil als bedoeld in artikel 35een dwangsom uitsluitend kan worden opgelegd aan het bevoegd gezag.