BWBR0020685
Geldig vanaf 2007-01-01
Artikel 14
Wet medezeggenschap op scholen
1. Het bevoegd gezag van een school als bedoeld in de <a href="/wet/BWBR0044212" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Wet voortgezet onderwijs 2020</a>en van een school voor voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in de <a href="/wet/BWBR0003549" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Wet op de expertisecentra</a>behoeft de voorafgaande instemming van het deel van de medezeggenschapsraad dat uit en door de ouders en de leerlingen is gekozen, voor elk door het bevoegd gezag te nemen besluit met betrekking tot de volgende aangelegenheden:
a. de vaststelling van de schoolgids, met uitzondering van de daarin opgenomen informatie over de basisondersteuningsvoorzieningen, bedoeld in de Wet op het primair onderwijs en de Wet voortgezet onderwijs 2020, en het ondersteuningsaanbod van de school, bedoeld in de Wet op het primair onderwijs, Wet op de expertisecentra en de Wet voortgezet onderwijs 2020;
b. vaststelling of wijziging van het beleid met betrekking tot activiteiten die buiten de voor de school geldende onderwijstijd worden georganiseerd onder verantwoordelijkheid van het bevoegd gezag.
2. Het bevoegd gezag behoeft tevens de voorafgaande instemming van het deel van de medezeggenschapsraad dat uit en door de ouders is gekozen, voor elk door het bevoegd gezag te nemen besluit met betrekking tot de volgende aangelegenheden:
a. regeling van de gevolgen voor de ouders van een besluit met betrekking tot een aangelegenheid als bedoeld in artikel 11, eerste lid, onderdelen c, d, e en m;
b. verandering van de grondslag van de school of omzetting van de school of van een onderdeel daarvan, dan wel vaststelling of wijziging van het beleid ter zake;
c. de vaststelling of wijziging van de hoogte en de vaststelling of wijziging van de bestemming van de middelen die van de ouders of de leerlingen worden gevraagd zonder dat daartoe een wettelijke verplichting bestaat onderscheidenlijk zijn ontvangen op grond van een overeenkomst die door de ouders is aangegaan;
d. de vaststelling of wijziging van het beleid met betrekking tot het beheersbaar houden van de middelen die van de ouders of de leerlingen worden gevraagd voor schoolkosten, met uitzondering van lesmateriaal als bedoeld in artikel 2.110 van de Wet voortgezet onderwijs 2020, die door het bevoegd gezag noodzakelijk worden bevonden;
e. vaststelling of wijziging van een mogelijk ouderstatuut;
f. vaststelling of wijziging van een regeling over het verwerken van en de bescherming van persoonsgegevens van ouders;
g. vaststelling of wijziging van het beleid ten aanzien van de uitwisseling van informatie tussen bevoegd gezag en ouders.
3. Het bevoegd gezag behoeft tevens de voorafgaande instemming van het deel van de medezeggenschapsraad dat uit en door de leerlingen is gekozen, voor elk door het bevoegd gezag te nemen besluit met betrekking tot de volgende aangelegenheden:
a. regeling van de gevolgen voor de leerlingen van een besluit met betrekking tot een aangelegenheid als bedoeld in artikel 11, eerste lid, onder c, d, e en m;
b. vaststelling of wijziging van het leerlingenstatuut, bedoeld in artikel 2.98 van de Wet voortgezet onderwijs 2020 dan wel een mogelijk leerlingenstatuut anders dan bedoeld in artikel 2.98 van de Wet voortgezet onderwijs 2020;
c. vaststelling of wijziging van het beleid met betrekking tot voorzieningen ten behoeve van de leerlingen;
d. vaststelling of wijziging van een regeling over het verwerken van en de bescherming van persoonsgegevens van leerlingen;
e. vaststelling of wijziging van het leerlingenparticipatiebeleid, bedoeld in artikel 2.92, tweede lid, onderdeel j, van de Wet voortgezet onderwijs 2020.
4. Het bevoegd gezag van een school als bedoeld in de <a href="/wet/BWBR0044212" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Wet voortgezet onderwijs 2020</a>en van een school voor voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in de <a href="/wet/BWBR0003549" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Wet op de expertisecentra</a>behoeft voorafgaand aan instemming met betrekking tot de vaststelling van de gehele schoolgids als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, afzonderlijk instemming van het deel van de medezeggenschapsraad dat uit en door de ouders en de leerlingen is gekozen voor het in die schoolgids opgenomen onderdeel met betrekking tot de jaarlijkse vaststelling van het totaal aantal uren en het soort activiteiten dat als onderwijstijd als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0044212/artikel/2.38" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 2.38, eerste tot en met vijfde lid, van de Wet voortgezet onderwijs 2020</a>dan wel <a href="/wet/BWBR0003549/artikel/25" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 25, eerste lid, van de Wet op de expertisecentra</a>wordt geprogrammeerd alsmede voor het onderdeel met betrekking tot het beleid ten aanzien van lesuitval als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0044212/artikel/2.92" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 2.92, tweede lid, onderdeel c, van de Wet voortgezet onderwijs 2020</a>onderscheidenlijk <a href="/wet/BWBR0003549/artikel/22" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 22, eerste lid, onderdeel c, onder 2°, van de Wet op de expertisecentra</a>.
a. de vaststelling van de schoolgids, met uitzondering van de daarin opgenomen informatie over de basisondersteuningsvoorzieningen, bedoeld in de Wet op het primair onderwijs en de Wet voortgezet onderwijs 2020, en het ondersteuningsaanbod van de school, bedoeld in de Wet op het primair onderwijs, Wet op de expertisecentra en de Wet voortgezet onderwijs 2020;
b. vaststelling of wijziging van het beleid met betrekking tot activiteiten die buiten de voor de school geldende onderwijstijd worden georganiseerd onder verantwoordelijkheid van het bevoegd gezag.
2. Het bevoegd gezag behoeft tevens de voorafgaande instemming van het deel van de medezeggenschapsraad dat uit en door de ouders is gekozen, voor elk door het bevoegd gezag te nemen besluit met betrekking tot de volgende aangelegenheden:
a. regeling van de gevolgen voor de ouders van een besluit met betrekking tot een aangelegenheid als bedoeld in artikel 11, eerste lid, onderdelen c, d, e en m;
b. verandering van de grondslag van de school of omzetting van de school of van een onderdeel daarvan, dan wel vaststelling of wijziging van het beleid ter zake;
c. de vaststelling of wijziging van de hoogte en de vaststelling of wijziging van de bestemming van de middelen die van de ouders of de leerlingen worden gevraagd zonder dat daartoe een wettelijke verplichting bestaat onderscheidenlijk zijn ontvangen op grond van een overeenkomst die door de ouders is aangegaan;
d. de vaststelling of wijziging van het beleid met betrekking tot het beheersbaar houden van de middelen die van de ouders of de leerlingen worden gevraagd voor schoolkosten, met uitzondering van lesmateriaal als bedoeld in artikel 2.110 van de Wet voortgezet onderwijs 2020, die door het bevoegd gezag noodzakelijk worden bevonden;
e. vaststelling of wijziging van een mogelijk ouderstatuut;
f. vaststelling of wijziging van een regeling over het verwerken van en de bescherming van persoonsgegevens van ouders;
g. vaststelling of wijziging van het beleid ten aanzien van de uitwisseling van informatie tussen bevoegd gezag en ouders.
3. Het bevoegd gezag behoeft tevens de voorafgaande instemming van het deel van de medezeggenschapsraad dat uit en door de leerlingen is gekozen, voor elk door het bevoegd gezag te nemen besluit met betrekking tot de volgende aangelegenheden:
a. regeling van de gevolgen voor de leerlingen van een besluit met betrekking tot een aangelegenheid als bedoeld in artikel 11, eerste lid, onder c, d, e en m;
b. vaststelling of wijziging van het leerlingenstatuut, bedoeld in artikel 2.98 van de Wet voortgezet onderwijs 2020 dan wel een mogelijk leerlingenstatuut anders dan bedoeld in artikel 2.98 van de Wet voortgezet onderwijs 2020;
c. vaststelling of wijziging van het beleid met betrekking tot voorzieningen ten behoeve van de leerlingen;
d. vaststelling of wijziging van een regeling over het verwerken van en de bescherming van persoonsgegevens van leerlingen;
e. vaststelling of wijziging van het leerlingenparticipatiebeleid, bedoeld in artikel 2.92, tweede lid, onderdeel j, van de Wet voortgezet onderwijs 2020.
4. Het bevoegd gezag van een school als bedoeld in de <a href="/wet/BWBR0044212" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Wet voortgezet onderwijs 2020</a>en van een school voor voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in de <a href="/wet/BWBR0003549" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Wet op de expertisecentra</a>behoeft voorafgaand aan instemming met betrekking tot de vaststelling van de gehele schoolgids als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, afzonderlijk instemming van het deel van de medezeggenschapsraad dat uit en door de ouders en de leerlingen is gekozen voor het in die schoolgids opgenomen onderdeel met betrekking tot de jaarlijkse vaststelling van het totaal aantal uren en het soort activiteiten dat als onderwijstijd als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0044212/artikel/2.38" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 2.38, eerste tot en met vijfde lid, van de Wet voortgezet onderwijs 2020</a>dan wel <a href="/wet/BWBR0003549/artikel/25" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 25, eerste lid, van de Wet op de expertisecentra</a>wordt geprogrammeerd alsmede voor het onderdeel met betrekking tot het beleid ten aanzien van lesuitval als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0044212/artikel/2.92" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 2.92, tweede lid, onderdeel c, van de Wet voortgezet onderwijs 2020</a>onderscheidenlijk <a href="/wet/BWBR0003549/artikel/22" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 22, eerste lid, onderdeel c, onder 2°, van de Wet op de expertisecentra</a>.