BWBR0020657
Geldig vanaf 2021-12-03
Artikel 4.2
Regeling inburgering
1. Ten behoeve van de betaling van de lening verstrekt de inburgeringsplichtige originele facturen aan de minister van:
a. de door hem gevolgde inburgeringscursus en de door hem afgelegde onderdelen van het inburgeringsexamen;
b. de door hem gevolgde cursus die opleidt tot het staatsexamen Nederlands als tweede taal en het door hem afgelegde examen, of
c. de door hem gevolgde alfabetiseringscursus, indien hij op grond van artikel 4.1a, derde lid, onderdeel a of b, van het besluit in aanmerking komt voor een lening ten behoeve van het volgen van een alfabetiseringscursus.
2. De factuur vermeldt in ieder geval:
a. het burgerservicenummer van de kandidaat;
b. de naam- en adresgegevens van de kandidaat;
c. de naam- en adresgegevens van de instelling;
d. de handtekening van de kandidaat;
e. de datum, en
f. de specificatie van het factuurbedrag.
3. Ten behoeve van de betaling van de lening levert de cursusinstelling de in de factuur vermelde informatie, bedoeld in het tweede lid, met uitzondering van onderdeel d, digitaal aan bij de minister.
4. De door de cursusinstelling aangeleverde informatie, bedoeld in het derde lid, komt overeen met de door de inburgeringsplichtige verstrekte facturen, bedoeld in het eerste lid.
5. De facturen, bedoeld in het eerste lid, en de informatie, bedoeld in het derde lid, worden binnen uiterlijk vier maanden na de dag waarop de inburgeringsplichtige aan de inburgeringsplicht heeft voldaan, ingediend of aangeleverd bij de minister.
6. De facturen, bedoeld in het eerste lid, van een cursusinstelling die niet langer beschikt over een keurmerk als bedoeld in artikel 12a, eerste lid, van de wet, en de informatie, bedoeld in het derde lid, worden binnen uiterlijk vier maanden na de dag waarop de cursusinstelling niet meer beschikt over het keurmerk, ingediend of aangeleverd bij de minister.
7. De betaling van de factuur, bedoeld in het eerste lid, geschiedt binnen vier weken na ontvangst door de minister van die factuur, en de informatie, bedoeld in het derde lid, indien is voldaan aan de voorwaarden, bedoeld in het eerste tot en met zesde lid.
8. De minister betaalt per kwartaal de bedragen van de lening aan de hand van de facturen met een maximum van € 2.000,00. Indien het bedrag van de facturen, bedoeld in het eerste lid, hoger is dan € 2.000,00 wordt de inburgeringsplichtige verzocht nieuwe facturen te overleggen van en de cursusinstelling informatie als bedoeld in het derde lid aan te leveren over nog verschuldigde bedragen voor gevolgde cursussen of voor examens als bedoeld in het eerste lid.
a. de door hem gevolgde inburgeringscursus en de door hem afgelegde onderdelen van het inburgeringsexamen;
b. de door hem gevolgde cursus die opleidt tot het staatsexamen Nederlands als tweede taal en het door hem afgelegde examen, of
c. de door hem gevolgde alfabetiseringscursus, indien hij op grond van artikel 4.1a, derde lid, onderdeel a of b, van het besluit in aanmerking komt voor een lening ten behoeve van het volgen van een alfabetiseringscursus.
2. De factuur vermeldt in ieder geval:
a. het burgerservicenummer van de kandidaat;
b. de naam- en adresgegevens van de kandidaat;
c. de naam- en adresgegevens van de instelling;
d. de handtekening van de kandidaat;
e. de datum, en
f. de specificatie van het factuurbedrag.
3. Ten behoeve van de betaling van de lening levert de cursusinstelling de in de factuur vermelde informatie, bedoeld in het tweede lid, met uitzondering van onderdeel d, digitaal aan bij de minister.
4. De door de cursusinstelling aangeleverde informatie, bedoeld in het derde lid, komt overeen met de door de inburgeringsplichtige verstrekte facturen, bedoeld in het eerste lid.
5. De facturen, bedoeld in het eerste lid, en de informatie, bedoeld in het derde lid, worden binnen uiterlijk vier maanden na de dag waarop de inburgeringsplichtige aan de inburgeringsplicht heeft voldaan, ingediend of aangeleverd bij de minister.
6. De facturen, bedoeld in het eerste lid, van een cursusinstelling die niet langer beschikt over een keurmerk als bedoeld in artikel 12a, eerste lid, van de wet, en de informatie, bedoeld in het derde lid, worden binnen uiterlijk vier maanden na de dag waarop de cursusinstelling niet meer beschikt over het keurmerk, ingediend of aangeleverd bij de minister.
7. De betaling van de factuur, bedoeld in het eerste lid, geschiedt binnen vier weken na ontvangst door de minister van die factuur, en de informatie, bedoeld in het derde lid, indien is voldaan aan de voorwaarden, bedoeld in het eerste tot en met zesde lid.
8. De minister betaalt per kwartaal de bedragen van de lening aan de hand van de facturen met een maximum van € 2.000,00. Indien het bedrag van de facturen, bedoeld in het eerste lid, hoger is dan € 2.000,00 wordt de inburgeringsplichtige verzocht nieuwe facturen te overleggen van en de cursusinstelling informatie als bedoeld in het derde lid aan te leveren over nog verschuldigde bedragen voor gevolgde cursussen of voor examens als bedoeld in het eerste lid.