BWBR0020646
Geldig vanaf 2007-01-01
Artikel 11
Regeling vrijwillige inburgering niet-G31 2007
1. De Minister stelt de financiële bijdrage vast aan de hand van de formule A – Q = [ ( B × C ) + ( D × E ) + ( F × G ) + ( H × I ) + ( J × K ) + ( L × M ) + ( N × O ) + ( R × S ) + ( T × U )] × P waarin wordt voorgesteld:
– met de letter A: de financiële bijdrage;
– met de letter B: het aantal inburgeraars, niet zijnde geestelijke bedienaar, met wie in respectievelijk 2007, 2008 en 2009 een overeenkomst tot vaststelling van een inburgeringsvoorziening is gesloten;
– met de letter C: de bijdragevergoeding ten aanzien van de vaststelling van een inburgeringsvoorziening, bedoeld in letter B;
– met de letter D: het aantal inburgeraars, niet zijnde geestelijke bedienaar, met wie in respectievelijk 2007, 2008 en 2009 een overeenkomst tot vaststelling van een gecombineerde inburgeringsvoorziening is gesloten;
– met de letter E: de bijdragevergoeding ten aanzien van de vaststelling van een gecombineerde inburgeringsvoorziening, bedoeld in letter D;
– met de letter F: het aantal inburgeraars, tevens zijnde geestelijke bedienaar, met wie in respectievelijk 2007, 2008 en 2009 een overeenkomst tot vaststelling van een inburgeringsvoorziening is gesloten;
– met de letter G: de bijdragevergoeding ten aanzien van de vaststelling van een inburgeringsvoorziening, bedoeld in letter F;
– met de letter H: het aantal in de letter B bedoelde inburgeraars dat uiterlijk respectievelijk 31 december 2009, 31 december 2010, 31 december 2011 heeft deelgenomen aan het inburgeringsexamen of het staatsexamen;
– met de letter I: de bijdragevergoeding ten aanzien van de deelname aan het inburgeringsexamen en het staatsexamen, bedoeld in letter H;
– met de letter J: het aantal in de letter D bedoelde inburgeraars dat uiterlijk respectievelijk 31 december 2009, 31 december 2010, 31 december 2011 heeft deelgenomen aan het inburgeringsexamen of het staatsexamen;
– met de letter K: de bijdragevergoeding ten aanzien van de deelname aan het inburgeringsexamen en het staatsexamen, bedoeld in letter J;
– met de letter L: het aantal in de letter F bedoelde inburgeraars dat uiterlijk respectievelijk 31 december 2009, 31 december 2010, 31 december 2011 heeft deelgenomen aan het inburgeringsexamen of het staatsexamen;
– met de letter M: de bijdragevergoeding ten aanzien van de deelname aan het inburgeringsexamen en het staatsexamen, bedoeld in letter L;
– met de letter N: het aantal in de letter F bedoelde inburgeraars dat uiterlijk respectievelijk 31 december 2009, 31 december 2010, 31 december 2011 heeft deelgenomen aan het aanvullend praktijkdeel, bedoeld in artikel 3.8 van het Besluit;
– met de letter O: de bijdragevergoeding ten aanzien van de deelname aan het aanvullend praktijkdeel, bedoeld in letter N;
– met de letter P: de door de Minister vast te stellen correctiefactor;
– met de letter Q: het bedrag, bedoeld in artikel 9, tweede lid;
– met de letter R: het aantal inburgeraars met wie in respectievelijk 2008 en 2009 een overeenkomst tot vaststelling van een duale inburgeringsvoorziening is gesloten;
– met de letter S: de bijdragevergoeding ten aanzien van de vaststelling van een duale inburgeringsvoorziening, bedoeld in letter R;
– met de letter T: het aantal inburgeraars, niet zijnde geestelijke bedienaar, met wie in respectievelijk 2008 en 2009 een overeenkomst tot vaststelling van een taalkennisvoorziening is gesloten;
– met de letter U: de bijdragevergoeding ten aanzien van de vaststelling van een taalkennisvoorziening, bedoeld in letter T.
2. De Minister stelt de financiële bijdrage uiterlijk 1 oktober 2012 vast.
3. De vastgestelde financiële bijdrage wordt binnen zes maanden na de vaststelling ervan betaald.
4. Indien het voorschot hoger is dan de vastgestelde financiële bijdrage, is de Minister bevoegd het verschil terug te vorderen.
– met de letter A: de financiële bijdrage;
– met de letter B: het aantal inburgeraars, niet zijnde geestelijke bedienaar, met wie in respectievelijk 2007, 2008 en 2009 een overeenkomst tot vaststelling van een inburgeringsvoorziening is gesloten;
– met de letter C: de bijdragevergoeding ten aanzien van de vaststelling van een inburgeringsvoorziening, bedoeld in letter B;
– met de letter D: het aantal inburgeraars, niet zijnde geestelijke bedienaar, met wie in respectievelijk 2007, 2008 en 2009 een overeenkomst tot vaststelling van een gecombineerde inburgeringsvoorziening is gesloten;
– met de letter E: de bijdragevergoeding ten aanzien van de vaststelling van een gecombineerde inburgeringsvoorziening, bedoeld in letter D;
– met de letter F: het aantal inburgeraars, tevens zijnde geestelijke bedienaar, met wie in respectievelijk 2007, 2008 en 2009 een overeenkomst tot vaststelling van een inburgeringsvoorziening is gesloten;
– met de letter G: de bijdragevergoeding ten aanzien van de vaststelling van een inburgeringsvoorziening, bedoeld in letter F;
– met de letter H: het aantal in de letter B bedoelde inburgeraars dat uiterlijk respectievelijk 31 december 2009, 31 december 2010, 31 december 2011 heeft deelgenomen aan het inburgeringsexamen of het staatsexamen;
– met de letter I: de bijdragevergoeding ten aanzien van de deelname aan het inburgeringsexamen en het staatsexamen, bedoeld in letter H;
– met de letter J: het aantal in de letter D bedoelde inburgeraars dat uiterlijk respectievelijk 31 december 2009, 31 december 2010, 31 december 2011 heeft deelgenomen aan het inburgeringsexamen of het staatsexamen;
– met de letter K: de bijdragevergoeding ten aanzien van de deelname aan het inburgeringsexamen en het staatsexamen, bedoeld in letter J;
– met de letter L: het aantal in de letter F bedoelde inburgeraars dat uiterlijk respectievelijk 31 december 2009, 31 december 2010, 31 december 2011 heeft deelgenomen aan het inburgeringsexamen of het staatsexamen;
– met de letter M: de bijdragevergoeding ten aanzien van de deelname aan het inburgeringsexamen en het staatsexamen, bedoeld in letter L;
– met de letter N: het aantal in de letter F bedoelde inburgeraars dat uiterlijk respectievelijk 31 december 2009, 31 december 2010, 31 december 2011 heeft deelgenomen aan het aanvullend praktijkdeel, bedoeld in artikel 3.8 van het Besluit;
– met de letter O: de bijdragevergoeding ten aanzien van de deelname aan het aanvullend praktijkdeel, bedoeld in letter N;
– met de letter P: de door de Minister vast te stellen correctiefactor;
– met de letter Q: het bedrag, bedoeld in artikel 9, tweede lid;
– met de letter R: het aantal inburgeraars met wie in respectievelijk 2008 en 2009 een overeenkomst tot vaststelling van een duale inburgeringsvoorziening is gesloten;
– met de letter S: de bijdragevergoeding ten aanzien van de vaststelling van een duale inburgeringsvoorziening, bedoeld in letter R;
– met de letter T: het aantal inburgeraars, niet zijnde geestelijke bedienaar, met wie in respectievelijk 2008 en 2009 een overeenkomst tot vaststelling van een taalkennisvoorziening is gesloten;
– met de letter U: de bijdragevergoeding ten aanzien van de vaststelling van een taalkennisvoorziening, bedoeld in letter T.
2. De Minister stelt de financiële bijdrage uiterlijk 1 oktober 2012 vast.
3. De vastgestelde financiële bijdrage wordt binnen zes maanden na de vaststelling ervan betaald.
4. Indien het voorschot hoger is dan de vastgestelde financiële bijdrage, is de Minister bevoegd het verschil terug te vorderen.