BWBR0020550
Geldig vanaf 2006-12-03
Artikel 3.3
Regeling lekdichtheid koelinstallaties in de gebruiksfase 2006
1. Indien een defect aan de koelinstallatie wordt geconstateerd waardoor verlies van koudemiddel optreedt of kan optreden, stelt de eigenaar van de koelinstallatie de installatie onverwijld buiten bedrijf.
2. De eigenaar van de koelinstallatie draagt onverwijld het herstellen van een defect als bedoeld in het eerste lid op aan een gediplomeerd persoon die het defect onverwijld herstelt.
3. Nadat een defect is hersteld, voert de gediplomeerde persoon een controle uit als bedoeld in artikel 3.2.
4. Zolang een defect als bedoeld in het eerste lid niet is hersteld, wordt de koelinstallatie niet bijgevuld met koudemiddel.
5. De koelinstallatie wordt eerst opnieuw door de eigenaar van die installatie in bedrijf gesteld nadat een defect overeenkomstig het tweede lid is hersteld en de controle, bedoeld in het derde lid, is uitgevoerd.
2. De eigenaar van de koelinstallatie draagt onverwijld het herstellen van een defect als bedoeld in het eerste lid op aan een gediplomeerd persoon die het defect onverwijld herstelt.
3. Nadat een defect is hersteld, voert de gediplomeerde persoon een controle uit als bedoeld in artikel 3.2.
4. Zolang een defect als bedoeld in het eerste lid niet is hersteld, wordt de koelinstallatie niet bijgevuld met koudemiddel.
5. De koelinstallatie wordt eerst opnieuw door de eigenaar van die installatie in bedrijf gesteld nadat een defect overeenkomstig het tweede lid is hersteld en de controle, bedoeld in het derde lid, is uitgevoerd.