BWBR0020550
Geldig vanaf 2006-12-03
Artikel 3.1
Regeling lekdichtheid koelinstallaties in de gebruiksfase 2006
1. Een koelinstallatie die volgens de gebruiksaanwijzing behoort te zijn gevuld met drie, doch ten hoogste dertig kilogram koudemiddel, wordt ten minste eenmaal per twaalf maanden gecontroleerd door een gediplomeerd persoon.
2. Een koelinstallatie die volgens de gebruiksaanwijzing behoort te zijn gevuld met meer dan dertig, doch ten hoogste driehonderd kilogram koudemiddel, wordt ten minste eenmaal per zes maanden gecontroleerd door een gediplomeerd persoon.
3. Een koelinstallatie die volgens de gebruiksaanwijzing behoort te zijn gevuld met meer dan driehonderd kilogram koudemiddel, wordt ten minste eenmaal per drie maanden gecontroleerd door een gediplomeerd persoon.
4. In afwijking in zoverre van het tweede en derde lid, mag, indien de koelinstallatie is voorzien van automatische lekdetectieapparatuur, worden volstaan met onderscheidenlijk één controle per twaalf maanden en één controle per zes maanden.
5. In afwijking in zoverre van het tweede lid, wordt een koelinstallatie als bedoeld in dat lid, die tijdelijk buiten bedrijf wordt gesteld en waarvan het koudemiddel is verzameld in een vloeistofvat of een condensor, gedurende de periode waarin de koelinstallatie buiten bedrijf is gesteld, eenmaal per twaalf maanden gecontroleerd op lekkage van koudemiddel.
6. In afwijking in zoverre van het derde lid, wordt een koelinstallatie als bedoeld in dat lid, die tijdelijk buiten bedrijf wordt gesteld en waarvan het koudemiddel wordt verzameld in een vloeistofvat of een condensor, gedurende de periode waarin de koelinstallatie buiten bedrijf is gesteld eenmaal per zes maanden gecontroleerd op lekkage van koudemiddel.
7. In een geval als bedoeld in het vijfde of zesde lid, wordt het vloeistofvat of de condensor verzegeld door een gediplomeerd persoon. Na het verbreken van de verzegeling wordt de koelinstallatie gecontroleerd door een gediplomeerd persoon.
8. Ingeval van een mobiele koelinstallatie die in een voertuig is ingebouwd, mag de in het eerste lid bedoelde controle of één van de in het tweede tot en met het zesde lid bedoelde controles samenvallen met de vereiste APK-keuring van het voertuig.
9. Indien in een geval als bedoeld in het eerste tot en met het zesde lid, het vermoeden van lekkage bestaat, wordt de controle uitgevoerd met behulp van lekdetectieapparatuur met een detectiegrens van ten minste vijf p.p.m bij de in de gebruiksaanwijzing voor een lekkagetest voorgeschreven druk.
2. Een koelinstallatie die volgens de gebruiksaanwijzing behoort te zijn gevuld met meer dan dertig, doch ten hoogste driehonderd kilogram koudemiddel, wordt ten minste eenmaal per zes maanden gecontroleerd door een gediplomeerd persoon.
3. Een koelinstallatie die volgens de gebruiksaanwijzing behoort te zijn gevuld met meer dan driehonderd kilogram koudemiddel, wordt ten minste eenmaal per drie maanden gecontroleerd door een gediplomeerd persoon.
4. In afwijking in zoverre van het tweede en derde lid, mag, indien de koelinstallatie is voorzien van automatische lekdetectieapparatuur, worden volstaan met onderscheidenlijk één controle per twaalf maanden en één controle per zes maanden.
5. In afwijking in zoverre van het tweede lid, wordt een koelinstallatie als bedoeld in dat lid, die tijdelijk buiten bedrijf wordt gesteld en waarvan het koudemiddel is verzameld in een vloeistofvat of een condensor, gedurende de periode waarin de koelinstallatie buiten bedrijf is gesteld, eenmaal per twaalf maanden gecontroleerd op lekkage van koudemiddel.
6. In afwijking in zoverre van het derde lid, wordt een koelinstallatie als bedoeld in dat lid, die tijdelijk buiten bedrijf wordt gesteld en waarvan het koudemiddel wordt verzameld in een vloeistofvat of een condensor, gedurende de periode waarin de koelinstallatie buiten bedrijf is gesteld eenmaal per zes maanden gecontroleerd op lekkage van koudemiddel.
7. In een geval als bedoeld in het vijfde of zesde lid, wordt het vloeistofvat of de condensor verzegeld door een gediplomeerd persoon. Na het verbreken van de verzegeling wordt de koelinstallatie gecontroleerd door een gediplomeerd persoon.
8. Ingeval van een mobiele koelinstallatie die in een voertuig is ingebouwd, mag de in het eerste lid bedoelde controle of één van de in het tweede tot en met het zesde lid bedoelde controles samenvallen met de vereiste APK-keuring van het voertuig.
9. Indien in een geval als bedoeld in het eerste tot en met het zesde lid, het vermoeden van lekkage bestaat, wordt de controle uitgevoerd met behulp van lekdetectieapparatuur met een detectiegrens van ten minste vijf p.p.m bij de in de gebruiksaanwijzing voor een lekkagetest voorgeschreven druk.