BWBR0020536
Geldig vanaf 2017-08-24
Artikel 35
Vrijstellingsregeling Wft
1. Beleggingsondernemingen als bedoeld in artikel 10zijn vrijgesteld van het ingevolge afdeling 4.2.1en de artikelen 4:13, 4:14, 4:17, 4:26, 4:83, 4:84, 4:87, tweede lid, aanhef en onderdeel b, van de wetbepaalde.
2. Beleggingsondernemingen die ingevolge artikel 10a, eerste lid, zijn vrijgesteld van artikel 2:96 van de wetzijn tevens vrijgesteld van het bepaalde ingevolge de hoofdstukken 4.2en 4.3, met uitzondering van artikel 4:91n, van de wet.
3. Personen die ingevolge artikel 10bzijn vrijgesteld van artikel 2:96van de wet, zijn tevens vrijgesteld van het bepaalde ingevolge het Deel Gedragstoezicht financiële ondernemingen, met uitzondering van artikel 4:3 van de wet.
2. Beleggingsondernemingen die ingevolge artikel 10a, eerste lid, zijn vrijgesteld van artikel 2:96 van de wetzijn tevens vrijgesteld van het bepaalde ingevolge de hoofdstukken 4.2en 4.3, met uitzondering van artikel 4:91n, van de wet.
3. Personen die ingevolge artikel 10bzijn vrijgesteld van artikel 2:96van de wet, zijn tevens vrijgesteld van het bepaalde ingevolge het Deel Gedragstoezicht financiële ondernemingen, met uitzondering van artikel 4:3 van de wet.