BWBR0020536
Geldig vanaf 2017-08-24
Artikel 19
Vrijstellingsregeling Wft
1. Gerechtsdeurwaarders als bedoeld in artikel 1, onderdeel c, van de Gerechtsdeurwaarderswetzijn vrijgesteld van artikel 3:5, eerste lid, van de wet, voorzover zij de opvorderbare gelden aanhouden op een rekening als bedoeld in artikel 19 van de Gerechtsdeurwaarderswet.
2. Notarissen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel a, van de Wet op het notarisambtzijn vrijgesteld van artikel 3:5, eerste lid, van de wet, voorzover zij de opvorderbare gelden aanhouden op een rekening als bedoeld in artikel 25 van de Wet op het notarisambt.
2. Notarissen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel a, van de Wet op het notarisambtzijn vrijgesteld van artikel 3:5, eerste lid, van de wet, voorzover zij de opvorderbare gelden aanhouden op een rekening als bedoeld in artikel 25 van de Wet op het notarisambt.