BWBR0020479
Geldig vanaf 2007-01-01
Artikel 4
Subsidieregeling vereniging Fietsersbond 2007
1. De subsidieaanvraag wordt uiterlijk acht weken voor de aanvang van het boekjaar ingediend bij de minister, per adres de directie Regionale Bereikbaarheid en Veilig Transport van het Directoraat-Generaal Mobiliteit.
2. De aanvraag gaat vergezeld van een activiteitenplan, een begroting alsmede een opgave van de omvang van de egalisatiereserve. Tevens gaat de aanvraag vergezeld van overige bescheiden die de minister voor de behandeling van de aanvraag noodzakelijk acht.
3. Het activiteitenplan behelst een overzicht van activiteiten waarvoor subsidie wordt gevraagd en de daarmee nagestreefde doelstellingen en een vermelding per activiteit van de daarvoor benodigde personele en materiële middelen.
4. De begroting behelst een overzicht van de voor het boekjaar geraamde inkomsten en uitgaven, voor zover deze betrekking hebben op de activiteiten waarvoor subsidie wordt gevraagd. Tevens wordt aangegeven op welke wijze de egalisatiereserve zal worden benut.
5. De begrotingsposten worden ieder afzonderlijk van een toelichting voorzien.
6. De begroting bestaat, wat de kosten van instandhouding betreft, uit een vergelijking met de begroting van het lopende boekjaar en de gerealiseerde inkomsten en uitgaven van het jaar, voorafgaand aan het lopende boekjaar.
2. De aanvraag gaat vergezeld van een activiteitenplan, een begroting alsmede een opgave van de omvang van de egalisatiereserve. Tevens gaat de aanvraag vergezeld van overige bescheiden die de minister voor de behandeling van de aanvraag noodzakelijk acht.
3. Het activiteitenplan behelst een overzicht van activiteiten waarvoor subsidie wordt gevraagd en de daarmee nagestreefde doelstellingen en een vermelding per activiteit van de daarvoor benodigde personele en materiële middelen.
4. De begroting behelst een overzicht van de voor het boekjaar geraamde inkomsten en uitgaven, voor zover deze betrekking hebben op de activiteiten waarvoor subsidie wordt gevraagd. Tevens wordt aangegeven op welke wijze de egalisatiereserve zal worden benut.
5. De begrotingsposten worden ieder afzonderlijk van een toelichting voorzien.
6. De begroting bestaat, wat de kosten van instandhouding betreft, uit een vergelijking met de begroting van het lopende boekjaar en de gerealiseerde inkomsten en uitgaven van het jaar, voorafgaand aan het lopende boekjaar.