1. De Fietsersbond dient zijn aanvraag tot subsidievaststelling in bij de minister, per adres de directie Regionale Bereikbaarheid en Veilig Transport van het Directoraat-Generaal Mobiliteit, binnen vier maanden na afloop van het tijdvak waarvoor subsidie is verleend.
2. De aanvraag tot subsidievaststelling voor een instandhoudingssubsidie als bedoeld in artikel 2 eerste lid, gaat vergezeld van een financieel verslag, omvattende de balans en de exploitatierekening met de toelichting, en een activiteitenverslag omtrent de uitvoering en de resultaten van de activiteiten.
3. De aanvraag tot subsidievaststelling voor een projectsubsidie als bedoeld in artikel 2 tweede lid, gaat vergezeld van een financieel verslag en een activiteitenverslag omtrent de uitvoering en de resultaten van de activiteiten.
4. De aanvraag tot subsidievaststelling als bedoeld in lid 2, gaat tevens vergezeld van een verklaring van een accountant als bedoeld in
artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek.
5. De aanvraag tot subsidievaststelling als bedoeld in lid 3, gaat per project waarvoor meer dan € 50.000 subsidie is verleend, vergezeld van een verklaring van een accountant als bedoeld in
artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek.