BWBR0020467
Geldig vanaf 2006-11-12
Artikel 3
Tijdelijke regeling subsidie experimenten open bestel
1. De Minister kan aan aangewezen instellingen en aan nieuwe aanbieders projectsubsidie verstrekken voor het verzorgen van een opleiding.
2. Voor subsidie komen uitsluitend in aanmerking opleidingen uit de aanvraagronde waarvoor studenten met ingang van 1 september 2007 en 1 september 2008 voor het eerste jaar kunnen worden ingeschreven en opleidingen uit de aanvraagronde waarvoor studenten met ingang van 1 september 2008 en 1 september 2009 voor het eerste jaar kunnen worden ingeschreven en die voldoen aan:
a. de kwaliteitseisen, bedoeld in de artikelen 4 en 5;
b. de eisen van doelmatigheid, bedoeld in artikel 6; en
c. de experimentkenmerken, bedoeld in artikel 7.
3. De Minister verstrekt subsidie voor de duur van ten hoogste:
a. vier jaar voor wo-bacheloropleiding als bedoeld in artikel 7.3a, eerste lid, onder a, van de wet;
b. vijf jaar voor hbo-bacheloropleiding als bedoeld in artikel 7.3a, tweede lid, onder a, van de wet;
c. twee jaar voor masteropleidingen als bedoeld in artikel 7.3a, eerste lid, onder b en tweede lid, onder b, van de wet; of
d. drie jaar voor wo-masteropleidingen waarvoor op grond van artikel 7.4a, vijfde lid, van de wet een duur van twee jaar is vastgesteld.
4. Voor subsidie komen in ieder geval niet in aanmerking opleidingen:
a. die een positieve beschikking van de Minister hebben ontvangen voor het verzorgen van een Associate-degreeprogramma binnen een hbo-bacheloropleiding; of
b. waarvoor subsidie wordt verstrekt door een ander bestuursorgaan.
2. Voor subsidie komen uitsluitend in aanmerking opleidingen uit de aanvraagronde waarvoor studenten met ingang van 1 september 2007 en 1 september 2008 voor het eerste jaar kunnen worden ingeschreven en opleidingen uit de aanvraagronde waarvoor studenten met ingang van 1 september 2008 en 1 september 2009 voor het eerste jaar kunnen worden ingeschreven en die voldoen aan:
a. de kwaliteitseisen, bedoeld in de artikelen 4 en 5;
b. de eisen van doelmatigheid, bedoeld in artikel 6; en
c. de experimentkenmerken, bedoeld in artikel 7.
3. De Minister verstrekt subsidie voor de duur van ten hoogste:
a. vier jaar voor wo-bacheloropleiding als bedoeld in artikel 7.3a, eerste lid, onder a, van de wet;
b. vijf jaar voor hbo-bacheloropleiding als bedoeld in artikel 7.3a, tweede lid, onder a, van de wet;
c. twee jaar voor masteropleidingen als bedoeld in artikel 7.3a, eerste lid, onder b en tweede lid, onder b, van de wet; of
d. drie jaar voor wo-masteropleidingen waarvoor op grond van artikel 7.4a, vijfde lid, van de wet een duur van twee jaar is vastgesteld.
4. Voor subsidie komen in ieder geval niet in aanmerking opleidingen:
a. die een positieve beschikking van de Minister hebben ontvangen voor het verzorgen van een Associate-degreeprogramma binnen een hbo-bacheloropleiding; of
b. waarvoor subsidie wordt verstrekt door een ander bestuursorgaan.