BWBR0020467
Geldig vanaf 2006-11-12
Artikel 15
Tijdelijke regeling subsidie experimenten open bestel
1. Jaarlijks wordt het bedrag ten behoeve van de bevoorschotting berekend als volgt:
a. voor een opleiding waarvoor voor de eerste maal subsidie wordt gegeven wordt het geschatte aantal studenten vermenigvuldigd met een van de bedragen, bedoeld in artikel 14, en de uitkomst wordt vermenigvuldigd met de factor 1/3;
b. voor het subsidiejaar volgend op het jaar waarop de opleiding is gestart wordt het aantal studenten dat op 1 oktober van het jaar voorafgaande aan het subsidiejaar is ingeschreven voor de door de Minister geselecteerde opleiding vermenigvuldigd met een van de bedragen, bedoeld in artikel 14, en de uitkomst wordt vermenigvuldigd met de factor 1 1/3; of
c. Voor de overige subsidiejaren van een bacheloropleiding wordt het aantal studenten dat op 1 oktober van het jaar voorafgaande aan het subsidiejaar is ingeschreven voor de door de Minister geselecteerde opleiding vermenigvuldigd met een van de bedragen, bedoeld in artikel 14.
2. Het berekende bedrag, bedoeld in het eerste lid, kan worden vermeerderd of verminderd met het verschil tussen het bedrag van de bevoorschotting en de uitkomst van de berekening bedoeld in artikel 18, tweede lid.
3. Het berekende bedrag, bedoeld in het eerste lid, wordt uitgekeerd in een door de Minister te bepalen kasritme.
a. voor een opleiding waarvoor voor de eerste maal subsidie wordt gegeven wordt het geschatte aantal studenten vermenigvuldigd met een van de bedragen, bedoeld in artikel 14, en de uitkomst wordt vermenigvuldigd met de factor 1/3;
b. voor het subsidiejaar volgend op het jaar waarop de opleiding is gestart wordt het aantal studenten dat op 1 oktober van het jaar voorafgaande aan het subsidiejaar is ingeschreven voor de door de Minister geselecteerde opleiding vermenigvuldigd met een van de bedragen, bedoeld in artikel 14, en de uitkomst wordt vermenigvuldigd met de factor 1 1/3; of
c. Voor de overige subsidiejaren van een bacheloropleiding wordt het aantal studenten dat op 1 oktober van het jaar voorafgaande aan het subsidiejaar is ingeschreven voor de door de Minister geselecteerde opleiding vermenigvuldigd met een van de bedragen, bedoeld in artikel 14.
2. Het berekende bedrag, bedoeld in het eerste lid, kan worden vermeerderd of verminderd met het verschil tussen het bedrag van de bevoorschotting en de uitkomst van de berekening bedoeld in artikel 18, tweede lid.
3. Het berekende bedrag, bedoeld in het eerste lid, wordt uitgekeerd in een door de Minister te bepalen kasritme.