BWBR0020333
Geldig vanaf 2006-12-11
Artikel 6
Subsidiebesluit experimenten en kennisoverdracht wonen
1. Indien voor een subsidie goedkeuring van de Commissie is vereist op grond van artikel 88, derde lid, van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap:
a. dient Onze Minister zo spoedig mogelijk een verzoek tot goedkeuring in bij de Commissie, en
b. beslist Onze Minister, in afwijking van artikel 4, binnen acht weken nadat die goedkeuring is verkregen.
2. Onze Minister doet in de Staatscourant mededeling van het verkrijgen van de goedkeuring van de Commissie. Indien de Commissie voorschriften aan de goedkeuring verbindt, verbindt Onze Minister deze als verplichtingen aan de beschikking tot subsidieverlening, voorzover zij zich daartoe lenen.
3. Indien wordt voldaan aan de eisen gesteld bij of krachtens de Verordening (EG) nr. 69/2001 van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 12 januari 2001 betreffende de toepassing van artikel 87 en 88 van het EG-Verdrag op de minimis-steun (PbEG L 10), dan wel later daarvoor in de plaats tredende Europese regelgeving legt de aanvrager bij de aanvraag tot subsidieverlening een verklaring omtrent de minimis-steun over.
4. Bij ministeriële regeling wordt een model voor de verklaring, bedoeld in het derde lid, vastgesteld.
a. dient Onze Minister zo spoedig mogelijk een verzoek tot goedkeuring in bij de Commissie, en
b. beslist Onze Minister, in afwijking van artikel 4, binnen acht weken nadat die goedkeuring is verkregen.
2. Onze Minister doet in de Staatscourant mededeling van het verkrijgen van de goedkeuring van de Commissie. Indien de Commissie voorschriften aan de goedkeuring verbindt, verbindt Onze Minister deze als verplichtingen aan de beschikking tot subsidieverlening, voorzover zij zich daartoe lenen.
3. Indien wordt voldaan aan de eisen gesteld bij of krachtens de Verordening (EG) nr. 69/2001 van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 12 januari 2001 betreffende de toepassing van artikel 87 en 88 van het EG-Verdrag op de minimis-steun (PbEG L 10), dan wel later daarvoor in de plaats tredende Europese regelgeving legt de aanvrager bij de aanvraag tot subsidieverlening een verklaring omtrent de minimis-steun over.
4. Bij ministeriële regeling wordt een model voor de verklaring, bedoeld in het derde lid, vastgesteld.