BWBR0020296
Geldig vanaf 2006-09-21
Artikel 12
Subsidieregeling Food & Nutrition Delta Fase 2-module van de Experimentele kaderregeling subsidies innovatieprojecten
1. Er is een Adviescommissie innovatieprogramma Food & Nutrition Delta, die tot taak heeft om overeenkomstig artikel 6 van de kaderregelingde minister op zijn verzoek te adviseren over aanvragen om subsidie voor een FND-innovatieproject.
2. De minister wint over aanvragen om een subsidie voor een FND-innovatieproject waarop niet op grond van artikel 15 van de kaderregelingafwijzend wordt beslist, het advies in van de adviescommissie.
3. De minister rangschikt, daarbij geadviseerd door de adviescommissie, de aanvragen zodanig dat een FND-innovatieproject hoger gerangschikt wordt naar mate het meer bijdraagt aan:
a. de technologische vernieuwing of wezenlijke nieuwe toepassingen van een bestaande technologie;
b. het creëren van economische waarde voor de deelnemers van het samenwerkingsverband en de daarmee samenhangende positieve gevolgen voor de Nederlandse economie;
c. de kwaliteit van de technologische samenwerking, ten minste blijkend uit de mate van complementariteit van de deelnemers, de mate van toereikendheid van de capaciteiten van de deelnemers en de mate van de kwaliteit van de projectorganisatie;
d. de verbetering van de ecologische of sociale prestaties van een deelnemer in een samenwerkingsverband, dan wel van de ecologische of sociale aspecten van de samenleving, waarbij onder verbetering van de sociale prestaties of van de sociale aspecten mede verstaan wordt: het realiseren van een bijdrage aan de volksgezondheid.
4. Voor de rangschikking wegen de in het derde lid vermelde criteria even zwaar.
2. De minister wint over aanvragen om een subsidie voor een FND-innovatieproject waarop niet op grond van artikel 15 van de kaderregelingafwijzend wordt beslist, het advies in van de adviescommissie.
3. De minister rangschikt, daarbij geadviseerd door de adviescommissie, de aanvragen zodanig dat een FND-innovatieproject hoger gerangschikt wordt naar mate het meer bijdraagt aan:
a. de technologische vernieuwing of wezenlijke nieuwe toepassingen van een bestaande technologie;
b. het creëren van economische waarde voor de deelnemers van het samenwerkingsverband en de daarmee samenhangende positieve gevolgen voor de Nederlandse economie;
c. de kwaliteit van de technologische samenwerking, ten minste blijkend uit de mate van complementariteit van de deelnemers, de mate van toereikendheid van de capaciteiten van de deelnemers en de mate van de kwaliteit van de projectorganisatie;
d. de verbetering van de ecologische of sociale prestaties van een deelnemer in een samenwerkingsverband, dan wel van de ecologische of sociale aspecten van de samenleving, waarbij onder verbetering van de sociale prestaties of van de sociale aspecten mede verstaan wordt: het realiseren van een bijdrage aan de volksgezondheid.
4. Voor de rangschikking wegen de in het derde lid vermelde criteria even zwaar.