BWBR0020183
Geldig vanaf 2010-01-01
Artikel 8
Besluit Participatiewet
1. Indien artikel 8c van de wet, onderscheidenlijk artikel 40 van de IOAWen artikel 40 van de IOAZvan toepassing is, kan voor de toepassing van artikel 3, derde en achtste lid, en artikel 8a, eerste lidvoor:
a. de gemeentelijke uitkeringslasten op grond van de PW;
b. de gemeentelijke uitgaven aan loonkostensubsidies op grond van de PW;
c. de gemeentelijke lasten op grond van de IOAW;
d. de gemeentelijke lasten op grond van de IOAZ; en
e. de gemeentelijke lasten op grond van het Bbz 2004,
de informatie in aanmerking worden genomen die het openbaar lichaam heeft verantwoord over het jaar twee jaar voorafgaand aan het jaar waarover de uitkering wordt vastgesteld. De eerste zin is slechts van toepassing indien de bedoelde informatie is vastgesteld overeenkomstig artikel 34a van de Wet gemeenschappelijke regelingen.
2. Indien van een openbaar lichaam de verantwoordingsinformatie, bedoeld in het eerste lid, voor zover deze betrekking heeft op de uitvoering van de wet, de IOAW, de IOAZen het Bbz 2004over het jaar dat twee jaar voorafgaat aan het jaar waarover de uitkering wordt vastgesteld, en de daarbij behorende verklaring van de accountant door Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties niet is ontvangen uiterlijk op 15 augustus van het jaar dat voorafgaat aan het jaar waarover de uitkering wordt vastgesteld, is artikel 7van overeenkomstige toepassing. In dat geval wordt voor de ontbrekende informatie uitgegaan van de verantwoordingsinformatie van het openbaar lichaam over het jaar dat drie jaar voorafgaat aan het jaar waarover de uitkering wordt vastgesteld, indien die verantwoordingsinformatie door Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties is ontvangen.
3. Indien artikel 8c van de wetvan toepassing is, kan voor de vaststelling, bedoeld in artikel 50 van het Bbz 2004, van:
a. de gemeentelijke lasten op grond van het Bbz 2004; en
b. de gemeentelijke baten op grond van het Bbz 2004, de informatie in aanmerking worden genomen die het openbaar lichaam heeft verantwoord over het jaar waarop de vaststelling betrekking heeft. De eerste zin is slechts van toepassing indien de bedoelde informatie is vastgesteld overeenkomstig artikel 34a van de Wet gemeenschappelijke regelingen.
a. de gemeentelijke uitkeringslasten op grond van de PW;
b. de gemeentelijke uitgaven aan loonkostensubsidies op grond van de PW;
c. de gemeentelijke lasten op grond van de IOAW;
d. de gemeentelijke lasten op grond van de IOAZ; en
e. de gemeentelijke lasten op grond van het Bbz 2004,
de informatie in aanmerking worden genomen die het openbaar lichaam heeft verantwoord over het jaar twee jaar voorafgaand aan het jaar waarover de uitkering wordt vastgesteld. De eerste zin is slechts van toepassing indien de bedoelde informatie is vastgesteld overeenkomstig artikel 34a van de Wet gemeenschappelijke regelingen.
2. Indien van een openbaar lichaam de verantwoordingsinformatie, bedoeld in het eerste lid, voor zover deze betrekking heeft op de uitvoering van de wet, de IOAW, de IOAZen het Bbz 2004over het jaar dat twee jaar voorafgaat aan het jaar waarover de uitkering wordt vastgesteld, en de daarbij behorende verklaring van de accountant door Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties niet is ontvangen uiterlijk op 15 augustus van het jaar dat voorafgaat aan het jaar waarover de uitkering wordt vastgesteld, is artikel 7van overeenkomstige toepassing. In dat geval wordt voor de ontbrekende informatie uitgegaan van de verantwoordingsinformatie van het openbaar lichaam over het jaar dat drie jaar voorafgaat aan het jaar waarover de uitkering wordt vastgesteld, indien die verantwoordingsinformatie door Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties is ontvangen.
3. Indien artikel 8c van de wetvan toepassing is, kan voor de vaststelling, bedoeld in artikel 50 van het Bbz 2004, van:
a. de gemeentelijke lasten op grond van het Bbz 2004; en
b. de gemeentelijke baten op grond van het Bbz 2004, de informatie in aanmerking worden genomen die het openbaar lichaam heeft verantwoord over het jaar waarop de vaststelling betrekking heeft. De eerste zin is slechts van toepassing indien de bedoelde informatie is vastgesteld overeenkomstig artikel 34a van de Wet gemeenschappelijke regelingen.