BWBR0020135
Geldig vanaf 2006-10-01
Artikel 8
Besluit melding zeggenschap en kapitaalbelang in effectenuitgevende instellingen
1. Bij een melding als bedoeld in artikel 11 van de wetverstrekt de meldingsplichtige de volgende gegevens:
a. de naam van de meldingsplichtige;
b. het adres en de woonplaats van de meldingsplichtige;
c. de naam van de aandeelhouder, ook indien deze niet meldingsplichtig is ingevolge artikel 13 van de wet;
d. de datum waarop de meldingsplicht is ontstaan;
e. de naam van de uitgevende instelling;
f. het aantal en de soort aandelen en stemmen in de uitgevende instelling waarover hij beschikte op het tijdstip waarop de meldingsplicht is ontstaan;
g. indien hij op het in onderdeel c genoemde tijdstip beschikte over een of meer aandelen met een bijzonder statutair recht inzake de zeggenschap in de uitgevende instelling, en voor zover artikel 11, eerste lid, van de wet van toepassing is: het aantal en de soort aandelen, alsmede de aard van het bijzondere recht;
h. voor zover artikel 13, derde lid, eerste volzin, van de wet van toepassing is: de naam van de desbetreffende dochtermaatschappij; en
i. indien de melding tevens strekt ter voldoening aan artikel 16, vierde lid, eerste volzin, van de wet: 1°. de namen van de gelieerde uitgevende instellingen; en
2°. het aantal en de aandelen en stemmen in de gelieerde uitgevende instellingen waarover hij beschikte op het tijdstip waarop de meldingplicht is ontstaan.
1°. de namen van de gelieerde uitgevende instellingen; en
2°. het aantal en de aandelen en stemmen in de gelieerde uitgevende instellingen waarover hij beschikte op het tijdstip waarop de meldingplicht is ontstaan.
a. de naam van de meldingsplichtige;
b. het adres en de woonplaats van de meldingsplichtige;
c. de naam van de aandeelhouder, ook indien deze niet meldingsplichtig is ingevolge artikel 13 van de wet;
d. de datum waarop de meldingsplicht is ontstaan;
e. de naam van de uitgevende instelling;
f. het aantal en de soort aandelen en stemmen in de uitgevende instelling waarover hij beschikte op het tijdstip waarop de meldingsplicht is ontstaan;
g. indien hij op het in onderdeel c genoemde tijdstip beschikte over een of meer aandelen met een bijzonder statutair recht inzake de zeggenschap in de uitgevende instelling, en voor zover artikel 11, eerste lid, van de wet van toepassing is: het aantal en de soort aandelen, alsmede de aard van het bijzondere recht;
h. voor zover artikel 13, derde lid, eerste volzin, van de wet van toepassing is: de naam van de desbetreffende dochtermaatschappij; en
i. indien de melding tevens strekt ter voldoening aan artikel 16, vierde lid, eerste volzin, van de wet: 1°. de namen van de gelieerde uitgevende instellingen; en
2°. het aantal en de aandelen en stemmen in de gelieerde uitgevende instellingen waarover hij beschikte op het tijdstip waarop de meldingplicht is ontstaan.
1°. de namen van de gelieerde uitgevende instellingen; en
2°. het aantal en de aandelen en stemmen in de gelieerde uitgevende instellingen waarover hij beschikte op het tijdstip waarop de meldingplicht is ontstaan.