BWBR0020132
Geldig vanaf 2006-08-01
Artikel 7
Tijdelijke regeling beperkingen in verband met laagpathogene Aviaire Influenza 2006
1. Op een bedrijf waar voor commerciële doeleinden pluimvee wordt gehouden, is de houder van dat pluimvee verplicht maatregelen te nemen zodat elk contact tussen bezoekers en pluimvee is uitgesloten en al het noodzakelijke te doen, dan wel na te laten om te voorkomen dat besmetting met of verspreiding van LPAI zich voordoet. Onder al het noodzakelijke wordt tenminste verstaan het aanbrengen van fysieke afscheidingen tussen het pluimvee en de overige op het bedrijf aanwezige dieren.
2. Het is de houder, bedoeld in het eerste lid, toegestaan:
a. politiebeambten, huisartsen, ambulancepersoneel, brandweerlieden, psychosociale hulpverleners en andere soortgelijke noodhulpdiensten en hun materieel;
b. monteurs, loonwerkers, dierenartsen en bedrijfsverzorgers met inbegrip van pluimveeservicebedrijven, indien er een acuut gevaar voor de gezondheid van pluimvee aanwezig is en werkzaamheden van deze personen noodzakelijk zijn om deze situatie op te heffen;
c. toezichthouders;
in contact te laten treden met pluimvee, mits de in de onderdelen a, b en c bedoelde personen bij het betreden en het verlaten van een bedrijfsgebouw de nodige hygiënemaatregelen in acht nemen om elk risico van verspreiding van LPAI zo veel mogelijk te beperken en de kleding en het materieel van deze personen bij het betreden en het verlaten van een bedrijfsgebouw is gereinigd en ontsmet om te voorkomen dat besmetting met of verspreiding van LPAI zich voordoet.
2. Het is de houder, bedoeld in het eerste lid, toegestaan:
a. politiebeambten, huisartsen, ambulancepersoneel, brandweerlieden, psychosociale hulpverleners en andere soortgelijke noodhulpdiensten en hun materieel;
b. monteurs, loonwerkers, dierenartsen en bedrijfsverzorgers met inbegrip van pluimveeservicebedrijven, indien er een acuut gevaar voor de gezondheid van pluimvee aanwezig is en werkzaamheden van deze personen noodzakelijk zijn om deze situatie op te heffen;
c. toezichthouders;
in contact te laten treden met pluimvee, mits de in de onderdelen a, b en c bedoelde personen bij het betreden en het verlaten van een bedrijfsgebouw de nodige hygiënemaatregelen in acht nemen om elk risico van verspreiding van LPAI zo veel mogelijk te beperken en de kleding en het materieel van deze personen bij het betreden en het verlaten van een bedrijfsgebouw is gereinigd en ontsmet om te voorkomen dat besmetting met of verspreiding van LPAI zich voordoet.