BWBR0020132
Geldig vanaf 2006-08-01
Artikel 4
Tijdelijke regeling beperkingen in verband met laagpathogene Aviaire Influenza 2006
1. In afwijking van artikel 3, eerste lid, is het toegestaan:
a. opfokhennen, eendagskuikens en andere in gevangenschap levende vogels naar het gebied, en binnen het gebied rechtstreeks naar de bestemming te vervoeren;
b. pluimvee bestemd voor de slacht vanuit het gebied rechtstreeks te vervoeren naar een slachthuis in Nederland;
c. eendagskuikens rechtstreeks vanuit het gebied naar een bedrijf in Nederland te vervoeren, mits de eendagskuikens daar ten minste 21 dagen blijven;
d. eendagskuikens afkomstig uit broedeieren van buiten het gebied gelegen bedrijven rechtstreeks vanuit het gebied te vervoeren naar een ander bedrijf, mits de broederij op basis van haar bedrijfsvoering kan waarborgen dat de eieren waaruit de eendagskuikens afkomstig zijn, niet in aanraking zijn gekomen met andere broedeieren of met eendagskuikens, afkomstig van pluimveekoppels in het gebied;
e. eieren, niet geproduceerd in het gebied, naar, uit of binnen het gebied te vervoeren;
f. broedeieren, geproduceerd in het gebied, rechtstreeks naar een binnen of buiten het gebied gelegen broederij in Nederland te vervoeren, mits de eieren en de verpakking ervan vóór verzending worden ontsmet en de herkomst van de broedeieren kan worden getraceerd;
g. consumptie-eieren, geproduceerd in het gebied, rechtstreeks te vervoeren naar een binnen of buiten het gebied in Nederland gelegen pakstation, mits zij in wegwerpverpakkingen zijn verpakt en het door de VWA opgestelde hygiëneprotocol ter zake wordt nageleefd;
h. consumptie-eieren geproduceerd in het gebied, te vervoeren vanuit het gebied vanaf een pakstation gelegen in het gebied;
i. eieren vanuit het gebied rechtstreeks te vervoeren naar een binnen of buiten het gebied gelegen inrichting voor de bereiding van eiproducten overeenkomstig het bepaalde in hoofdstuk II, sectie X, van bijlage III bij verordening (EG) nr. 853/2004, die worden gehanteerd en behandeld in overeenstemming met hoofdstuk XI van bijlage II bij verordening (EG) nr. 853/2004;
j. eieren, bestemd voor verwijdering in de zin van artikel 2, onderdeel 24, van richtlijn nr. 2005/94/EG, vanuit het gebied rechtstreeks te vervoeren naar de desbetreffende bestemming.
2. Op verzoek van een bedrijf kan de VWA namens de Minister ontheffing onder voorwaarden verlenen van het bepaalde in artikel 3, eerste en tweede lid.
a. opfokhennen, eendagskuikens en andere in gevangenschap levende vogels naar het gebied, en binnen het gebied rechtstreeks naar de bestemming te vervoeren;
b. pluimvee bestemd voor de slacht vanuit het gebied rechtstreeks te vervoeren naar een slachthuis in Nederland;
c. eendagskuikens rechtstreeks vanuit het gebied naar een bedrijf in Nederland te vervoeren, mits de eendagskuikens daar ten minste 21 dagen blijven;
d. eendagskuikens afkomstig uit broedeieren van buiten het gebied gelegen bedrijven rechtstreeks vanuit het gebied te vervoeren naar een ander bedrijf, mits de broederij op basis van haar bedrijfsvoering kan waarborgen dat de eieren waaruit de eendagskuikens afkomstig zijn, niet in aanraking zijn gekomen met andere broedeieren of met eendagskuikens, afkomstig van pluimveekoppels in het gebied;
e. eieren, niet geproduceerd in het gebied, naar, uit of binnen het gebied te vervoeren;
f. broedeieren, geproduceerd in het gebied, rechtstreeks naar een binnen of buiten het gebied gelegen broederij in Nederland te vervoeren, mits de eieren en de verpakking ervan vóór verzending worden ontsmet en de herkomst van de broedeieren kan worden getraceerd;
g. consumptie-eieren, geproduceerd in het gebied, rechtstreeks te vervoeren naar een binnen of buiten het gebied in Nederland gelegen pakstation, mits zij in wegwerpverpakkingen zijn verpakt en het door de VWA opgestelde hygiëneprotocol ter zake wordt nageleefd;
h. consumptie-eieren geproduceerd in het gebied, te vervoeren vanuit het gebied vanaf een pakstation gelegen in het gebied;
i. eieren vanuit het gebied rechtstreeks te vervoeren naar een binnen of buiten het gebied gelegen inrichting voor de bereiding van eiproducten overeenkomstig het bepaalde in hoofdstuk II, sectie X, van bijlage III bij verordening (EG) nr. 853/2004, die worden gehanteerd en behandeld in overeenstemming met hoofdstuk XI van bijlage II bij verordening (EG) nr. 853/2004;
j. eieren, bestemd voor verwijdering in de zin van artikel 2, onderdeel 24, van richtlijn nr. 2005/94/EG, vanuit het gebied rechtstreeks te vervoeren naar de desbetreffende bestemming.
2. Op verzoek van een bedrijf kan de VWA namens de Minister ontheffing onder voorwaarden verlenen van het bepaalde in artikel 3, eerste en tweede lid.