BWBR0020106
Geldig vanaf 2006-07-22
Artikel 5
Tijdelijke subsidieregeling innovatie openbaar bestuur 2006
1. Voor de subsidie-ontvanger gelden de volgende verplichtingen.
a. De subsidie-ontvanger werkt eraan mee dat er zo snel mogelijk na het verlenen van de subsidie een gezamenlijke startbespreking plaatsvindt en dat er tenminste 1 keer per jaar een voortgangsbespreking wordt georganiseerd.
b. De subsidie-ontvanger stelt (een) tussentijdse voortgangsrapportage(s) op over de stand van zaken van het experiment vanaf de start of vanaf de voorgaande rapportage; de frequentie van de voortgangsrapportages wordt tussen de Commissie en de subsidie-ontvanger tijdens de startbespreking overeen gekomen.
c. Tenzij anders is overeengekomen, dient het experiment binnen 2 jaar na het besluit tot verlenen van de subsidie te worden afgerond; de subsidie-ontvanger levert binnen 2 maanden na afronding een eindrapportage aan de Commissie waarin de voorbereiding, het verloop en de resultaten van het experiment zijn beschreven en financiële verantwoording over de besteding van de subsidie wordt afgelegd.
d. De Commissie kan binnen zes maanden na ontvangst van de eindrapportage van het experiment besluiten tot een onafhankelijke evaluatie van het experiment of een groep van experimenten. De subsidie-ontvanger verplicht zich tot het verlenen van medewerking aan zo’n evaluatie.
e. De subsidie-ontvanger legt een overzichtelijk en toegankelijk archief aan, dat een onafhankelijke derde partij kan gebruiken voor een evaluatie van het experiment. De Commissie krijgt op verzoek toegang tot het archief.
f. De Commissie krijgt de gevraagde informatie over de kennis en ervaring die in het experiment is opgedaan en mag deze als openbare informatie benutten voor kennisdeling en overdracht. Van deze verplichting kan in overleg met de Commissie worden afgeweken, als de belangen van betrokkenen door de bepaling kunnen worden geschaad.
g. Producten van het experiment – die in opdracht van de Commissie worden vervaardigd – blijven eigendom van de Minister. Zij mogen door de subsidie-ontvanger worden gebruikt voor het informeren van de bij het experiment betrokkenen. Gebruik voor andere doeleinden is alleen mogelijk na voorafgaande toestemming van de Commissie. Producten die door de subsidie-ontvanger – met steun van de Commissie – worden vervaardigd, blijven eigendom van de subsidie-ontvanger. De Commissie ontvangt daarvan een overeengekomen aantal papieren exemplaren of een elektronisch bestand. Op de producten wordt vermeld dat realisatie (mede) mogelijk is gemaakt door middel van een subsidie van de Commissie.
h. Over initiatieven gericht op landelijke publiciteit over het experiment via dag-, week- en vakbladen, radio, televisie, internet en openbare bijeenkomsten, pleegt de subsidie-ontvanger tevoren overleg met de commissie en vice versa. Indien de subsidie-ontvanger initiatief neemt tot publiciteit over het experiment, ziet hij erop toe dat melding wordt gemaakt van de ondersteunende rol van de Commissie.
2. De Commissie kan in het besluit tot verlening nadere verplichtingen opleggen aan de subsidie-ontvanger.
a. De subsidie-ontvanger werkt eraan mee dat er zo snel mogelijk na het verlenen van de subsidie een gezamenlijke startbespreking plaatsvindt en dat er tenminste 1 keer per jaar een voortgangsbespreking wordt georganiseerd.
b. De subsidie-ontvanger stelt (een) tussentijdse voortgangsrapportage(s) op over de stand van zaken van het experiment vanaf de start of vanaf de voorgaande rapportage; de frequentie van de voortgangsrapportages wordt tussen de Commissie en de subsidie-ontvanger tijdens de startbespreking overeen gekomen.
c. Tenzij anders is overeengekomen, dient het experiment binnen 2 jaar na het besluit tot verlenen van de subsidie te worden afgerond; de subsidie-ontvanger levert binnen 2 maanden na afronding een eindrapportage aan de Commissie waarin de voorbereiding, het verloop en de resultaten van het experiment zijn beschreven en financiële verantwoording over de besteding van de subsidie wordt afgelegd.
d. De Commissie kan binnen zes maanden na ontvangst van de eindrapportage van het experiment besluiten tot een onafhankelijke evaluatie van het experiment of een groep van experimenten. De subsidie-ontvanger verplicht zich tot het verlenen van medewerking aan zo’n evaluatie.
e. De subsidie-ontvanger legt een overzichtelijk en toegankelijk archief aan, dat een onafhankelijke derde partij kan gebruiken voor een evaluatie van het experiment. De Commissie krijgt op verzoek toegang tot het archief.
f. De Commissie krijgt de gevraagde informatie over de kennis en ervaring die in het experiment is opgedaan en mag deze als openbare informatie benutten voor kennisdeling en overdracht. Van deze verplichting kan in overleg met de Commissie worden afgeweken, als de belangen van betrokkenen door de bepaling kunnen worden geschaad.
g. Producten van het experiment – die in opdracht van de Commissie worden vervaardigd – blijven eigendom van de Minister. Zij mogen door de subsidie-ontvanger worden gebruikt voor het informeren van de bij het experiment betrokkenen. Gebruik voor andere doeleinden is alleen mogelijk na voorafgaande toestemming van de Commissie. Producten die door de subsidie-ontvanger – met steun van de Commissie – worden vervaardigd, blijven eigendom van de subsidie-ontvanger. De Commissie ontvangt daarvan een overeengekomen aantal papieren exemplaren of een elektronisch bestand. Op de producten wordt vermeld dat realisatie (mede) mogelijk is gemaakt door middel van een subsidie van de Commissie.
h. Over initiatieven gericht op landelijke publiciteit over het experiment via dag-, week- en vakbladen, radio, televisie, internet en openbare bijeenkomsten, pleegt de subsidie-ontvanger tevoren overleg met de commissie en vice versa. Indien de subsidie-ontvanger initiatief neemt tot publiciteit over het experiment, ziet hij erop toe dat melding wordt gemaakt van de ondersteunende rol van de Commissie.
2. De Commissie kan in het besluit tot verlening nadere verplichtingen opleggen aan de subsidie-ontvanger.