BWBR0020078
Geldig vanaf 2006-10-01
Artikel 14
Wet marktordening gezondheidszorg
1. Het werkprogramma, bedoeld in artikel 11, behoeft de goedkeuring van Onze Minister.
2. In afwijking van <a href="/wet/BWBR0020495/artikel/29" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 29 van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen</a>, behoeven wijzigingen in een goedgekeurde begroting geen goedkeuring van Onze Minister, mits:
a. de totale omvang van de begroting geen wijziging ondergaat, en
b. de wijziging per groep van kostensoorten en baten, gerekend over het desbetreffende begrotingsjaar, een bedrag van vijf procent van het in artikel 12 bedoelde budget niet te boven gaat.
3. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over:
a. de inhoud en inrichting van het werkprogramma, bedoeld in artikel 11;
b. de inhoud en inrichting van het jaarverslag, de begroting en de jaarrekening, bedoeld in de artikelen 18, 26 en 34 van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen;
c. de accountantscontrole van de jaarrekening;
d. de omvang van de egalisatiereserve, bedoeld in artikel 33 van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen.
4. Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over de wijze waarop en de voorwaarden waaronder het budget, bedoeld in artikel 12wordt vastgesteld.
5. De accountant doet verslag van zijn bevindingen over de vraag of het beheer en de wijze waarop de zorgautoriteit is georganiseerd voldoen aan de eisen van rechtmatigheid, ordelijkheid en controleerbaarheid.
2. In afwijking van <a href="/wet/BWBR0020495/artikel/29" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 29 van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen</a>, behoeven wijzigingen in een goedgekeurde begroting geen goedkeuring van Onze Minister, mits:
a. de totale omvang van de begroting geen wijziging ondergaat, en
b. de wijziging per groep van kostensoorten en baten, gerekend over het desbetreffende begrotingsjaar, een bedrag van vijf procent van het in artikel 12 bedoelde budget niet te boven gaat.
3. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over:
a. de inhoud en inrichting van het werkprogramma, bedoeld in artikel 11;
b. de inhoud en inrichting van het jaarverslag, de begroting en de jaarrekening, bedoeld in de artikelen 18, 26 en 34 van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen;
c. de accountantscontrole van de jaarrekening;
d. de omvang van de egalisatiereserve, bedoeld in artikel 33 van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen.
4. Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over de wijze waarop en de voorwaarden waaronder het budget, bedoeld in artikel 12wordt vastgesteld.
5. De accountant doet verslag van zijn bevindingen over de vraag of het beheer en de wijze waarop de zorgautoriteit is georganiseerd voldoen aan de eisen van rechtmatigheid, ordelijkheid en controleerbaarheid.