BWBR0020044
Geldig vanaf 2006-07-16
Artikel 2
Regeling aanpassing bekostiging personeel PO 2006–2007
1. De geraamde landelijk gewogen gemiddelde leeftijd op 1 oktober 2005 en de genormeerde gemiddelde personeelslasten van leraren respectievelijk van de schoolleiding van basisscholen, bedoeld in artikel 120, zesde lid, van de WPO, bedragen:
a. geraamde landelijk gewogen gemiddelde leeftijd: 40,26 jaar;
b. gpl leraar: € 51.066,62;
c. gpl schoolleiding: € 64.431,17.
2. Het formatiebasisbedrag respectievelijk het formatieleeftijdsbedrag, bedoeld in artikel 22, onderdeel a, respectievelijk onderdeel b, van het Besluit bekostiging WPO, is voor basisscholen:
a. formatiebasisbedrag: € 24.475,80;
b. formatieleeftijdsbedrag: € 660,51.
3. Het bedrag per leerling respectievelijk het verhogingsbedrag, bedoeld in artikel 120, eerste lid, van de WPObedraagt voor
[tabel]
4. De ontwikkeling van de genormeerde gemiddelde personeelslasten van leraren respectievelijk van de schoolleiding van basisscholen, bedoeld in artikel VI, tweede lid, van de Wet van 16 juli 2005 tot wijziging van onder meer de Wet op het primair onderwijs, de Wet op de expertisecentra en de Wet medezeggenschap onderwijs 1992 in verband met de invoering van lumpsumbekostiging in het primair onderwijsbedraagt: 3,84% en 3,16%.
a. geraamde landelijk gewogen gemiddelde leeftijd: 40,26 jaar;
b. gpl leraar: € 51.066,62;
c. gpl schoolleiding: € 64.431,17.
2. Het formatiebasisbedrag respectievelijk het formatieleeftijdsbedrag, bedoeld in artikel 22, onderdeel a, respectievelijk onderdeel b, van het Besluit bekostiging WPO, is voor basisscholen:
a. formatiebasisbedrag: € 24.475,80;
b. formatieleeftijdsbedrag: € 660,51.
3. Het bedrag per leerling respectievelijk het verhogingsbedrag, bedoeld in artikel 120, eerste lid, van de WPObedraagt voor
[tabel]
4. De ontwikkeling van de genormeerde gemiddelde personeelslasten van leraren respectievelijk van de schoolleiding van basisscholen, bedoeld in artikel VI, tweede lid, van de Wet van 16 juli 2005 tot wijziging van onder meer de Wet op het primair onderwijs, de Wet op de expertisecentra en de Wet medezeggenschap onderwijs 1992 in verband met de invoering van lumpsumbekostiging in het primair onderwijsbedraagt: 3,84% en 3,16%.