BWBR0018609
Geldig vanaf 2005-09-14
Artikel VI
Wijzigingswet Wet op het primair onderwijs, enz. (invoering lumpsumbekostiging in het primair onderwijs)
1. Voor de bekostiging van personeel van scholen dan wel centrale diensten als bedoeld in de <a href="/wet/BWBR0003420" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Wet op het primair onderwijs</a>en de <a href="/wet/BWBR0003549" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Wet op de expertisecentra</a>worden
a. voor de eerste vaststelling bij de inwerkingtreding van deze wet de bij de ministeriële regeling, bedoeld in artikel 120, 124, 125 en 132, van de Wet op het primair onderwijs vast te stellen bedragen gebaseerd op de gerealiseerde gemiddelde personeelslast van leraren van alle basisscholen, respectievelijk alle speciale scholen voor basisonderwijs in het meetjaar, bedoeld in artikel VII, eerste lid; en
b. voor de eerste vaststelling bij de inwerkingtreding van deze wet de bij de ministeriële regeling, bedoeld in artikel 117 van de Wet op de expertisecentra, vast te stellen bedragen gebaseerd op de gerealiseerde gemiddelde personeelslast van leraren respectievelijk onderwijsondersteunend personeel, benoemd in een functie waarvoor schaal 4 van het Rechtspositiebesluit WPO/WEC als maximum geldt, van alle scholen als bedoeld in de Wet op de expertisecentra in het meetjaar, bedoeld in artikel VII, eerste lid.
2. De gerealiseerde gemiddelde personeelslast, bedoeld in het eerste lid, is het genormeerde bedrag van de personele middelen per formatieplaats, bedoeld in artikel VII, eerste lid, verlaagd respectievelijk verhoogd met het percentage bedoeld in artikel VII, vijfde lid, en aangepast aan de ontwikkeling van de genormeerde gemiddelde personeelslasten in de periode liggend tussen het meetjaar, bedoeld in artikel VII, eerste lid, en het eerste schooljaar na de inwerkingtreding van deze wet.
3. De in het eerste lid bedoelde bedragen kunnen worden verhoogd of verlaagd met een percentage, zodanig dat het totaal van de berekende personele bekostiging in overeenstemming is met het door de begrotingswetgever voorziene uitgavenbeloop. Het in de eerste volzin bedoelde percentage kan verschillend worden vastgesteld voor de bekostiging van basisscholen en speciale scholen voor basisonderwijs, bedoeld in de <a href="/wet/BWBR0003420" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Wet op het primair onderwijs</a>en scholen, niet zijnde instellingen, bedoeld in de <a href="/wet/BWBR0003549" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Wet op de expertisecentra</a>.
a. voor de eerste vaststelling bij de inwerkingtreding van deze wet de bij de ministeriële regeling, bedoeld in artikel 120, 124, 125 en 132, van de Wet op het primair onderwijs vast te stellen bedragen gebaseerd op de gerealiseerde gemiddelde personeelslast van leraren van alle basisscholen, respectievelijk alle speciale scholen voor basisonderwijs in het meetjaar, bedoeld in artikel VII, eerste lid; en
b. voor de eerste vaststelling bij de inwerkingtreding van deze wet de bij de ministeriële regeling, bedoeld in artikel 117 van de Wet op de expertisecentra, vast te stellen bedragen gebaseerd op de gerealiseerde gemiddelde personeelslast van leraren respectievelijk onderwijsondersteunend personeel, benoemd in een functie waarvoor schaal 4 van het Rechtspositiebesluit WPO/WEC als maximum geldt, van alle scholen als bedoeld in de Wet op de expertisecentra in het meetjaar, bedoeld in artikel VII, eerste lid.
2. De gerealiseerde gemiddelde personeelslast, bedoeld in het eerste lid, is het genormeerde bedrag van de personele middelen per formatieplaats, bedoeld in artikel VII, eerste lid, verlaagd respectievelijk verhoogd met het percentage bedoeld in artikel VII, vijfde lid, en aangepast aan de ontwikkeling van de genormeerde gemiddelde personeelslasten in de periode liggend tussen het meetjaar, bedoeld in artikel VII, eerste lid, en het eerste schooljaar na de inwerkingtreding van deze wet.
3. De in het eerste lid bedoelde bedragen kunnen worden verhoogd of verlaagd met een percentage, zodanig dat het totaal van de berekende personele bekostiging in overeenstemming is met het door de begrotingswetgever voorziene uitgavenbeloop. Het in de eerste volzin bedoelde percentage kan verschillend worden vastgesteld voor de bekostiging van basisscholen en speciale scholen voor basisonderwijs, bedoeld in de <a href="/wet/BWBR0003420" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Wet op het primair onderwijs</a>en scholen, niet zijnde instellingen, bedoeld in de <a href="/wet/BWBR0003549" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Wet op de expertisecentra</a>.