Artikel 1
1. Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder:
a. militair: de militaire ambtenaar in de zin van artikel 1 van de Militaire Ambtenarenwet 1931 die is aangesteld bij het beroepspersoneel;
b. peildatum: 1 januari 2006;
c. betrokkene: 1°. de militair met een lagere rang dan vice-admiraal of luitenant-generaal die op de peildatum in werkelijke dienst was;
2°. de burgerlijke ambtenaar defensie die aanspraak heeft op een salaris volgens bijlage A of B van het Inkomstenbesluit burgerlijke ambtenaren defensie en die op de peildatum in dienst van het Ministerie van Defensie was;
3°. de gewezen militair met een lagere rang dan vice-admiraal of luitenant-generaal die ingevolge artikel 18, zesde lid, van het Besluit bovenwettelijke uitkeringen bij werkloosheid voor de sector Defensie op de peildatum in het genot was van wachtgeld of een uitkering, dan wel een uitkering op grond van de Uitkeringswet gewezen militairen genoot;
4°. de gewezen burgerlijke ambtenaar defensie die aanspraak heeft op salaris volgens bijlage A of B van het Inkomstenbesluit burgerlijke ambtenaren defensie en die ingevolge artikel 18, zesde lid, van het Besluit bovenwettelijke uitkeringen bij werkloosheid voor de sector Defensie op de peildatum in het genot was van wachtgeld of een uitkering, dan wel van een uitkering op grond van het Besluit uitkering wegens functioneel leeftijdsontslag burgerlijke ambtenaren defensie;
1°. de militair met een lagere rang dan vice-admiraal of luitenant-generaal die op de peildatum in werkelijke dienst was;
2°. de burgerlijke ambtenaar defensie die aanspraak heeft op een salaris volgens bijlage A of B van het Inkomstenbesluit burgerlijke ambtenaren defensie en die op de peildatum in dienst van het Ministerie van Defensie was;
3°. de gewezen militair met een lagere rang dan vice-admiraal of luitenant-generaal die ingevolge artikel 18, zesde lid, van het Besluit bovenwettelijke uitkeringen bij werkloosheid voor de sector Defensie op de peildatum in het genot was van wachtgeld of een uitkering, dan wel een uitkering op grond van de Uitkeringswet gewezen militairen genoot;
4°. de gewezen burgerlijke ambtenaar defensie die aanspraak heeft op salaris volgens bijlage A of B van het Inkomstenbesluit burgerlijke ambtenaren defensie en die ingevolge artikel 18, zesde lid, van het Besluit bovenwettelijke uitkeringen bij werkloosheid voor de sector Defensie op de peildatum in het genot was van wachtgeld of een uitkering, dan wel van een uitkering op grond van het Besluit uitkering wegens functioneel leeftijdsontslag burgerlijke ambtenaren defensie;
d. berekeningsbasis: 1°. de over de maand januari van het jaar 2006 genoten bezoldiging vermeerderd met de vakantie-uitkering en eindejaarsuitkering volgens hetgeen daaronder wordt verstaan in het Inkomstenbesluit militairen;
2°. het over de maand januari van het jaar 2006 genoten salaris vermeerderd met de vakantie-uitkering en eindejaarsuitkering volgens hetgeen daaronder wordt verstaan in het Inkomstenbesluit burgerlijke ambtenaren defensie;
3°. het wachtgeld of de uitkering die over de maand januari 2006, op grond van één van de in onderdeel c, subonderdeel 3° en 4°, genoemde besluiten is genoten na toepassing van de bij of krachtens die besluiten geldende vermindering wegens inkomsten uit of in verband met arbeid of bedrijf.
1°. de over de maand januari van het jaar 2006 genoten bezoldiging vermeerderd met de vakantie-uitkering en eindejaarsuitkering volgens hetgeen daaronder wordt verstaan in het Inkomstenbesluit militairen;
2°. het over de maand januari van het jaar 2006 genoten salaris vermeerderd met de vakantie-uitkering en eindejaarsuitkering volgens hetgeen daaronder wordt verstaan in het Inkomstenbesluit burgerlijke ambtenaren defensie;
3°. het wachtgeld of de uitkering die over de maand januari 2006, op grond van één van de in onderdeel c, subonderdeel 3° en 4°, genoemde besluiten is genoten na toepassing van de bij of krachtens die besluiten geldende vermindering wegens inkomsten uit of in verband met arbeid of bedrijf.
2. De betrokkene heeft op de peildatum aanspraak op een eenmalige uitkering 2004 ter grootte van 0,8% van het twaalfvoud van de voor betrokkene geldende berekeningsbasis.
3. De eenmalige uitkering 2004 heeft geen algemeen karakter en is voor de betrokkene, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 1° en 3°, niet gerekend tot de bezoldiging in de zin van het Inkomstenbesluit militairenen maakt evenmin deel uit van de pensioengrondslag of het inkomen in de zin van de Uitkeringswet gewezen militairendan wel de Kaderwet militaire pensioenen.
4. De eenmalige uitkering 2004 maakt voor de betrokkene, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 2° en 4°, deel uit van de pensioengrondslag.
a. militair: de militaire ambtenaar in de zin van artikel 1 van de Militaire Ambtenarenwet 1931 die is aangesteld bij het beroepspersoneel;
b. peildatum: 1 januari 2006;
c. betrokkene: 1°. de militair met een lagere rang dan vice-admiraal of luitenant-generaal die op de peildatum in werkelijke dienst was;
2°. de burgerlijke ambtenaar defensie die aanspraak heeft op een salaris volgens bijlage A of B van het Inkomstenbesluit burgerlijke ambtenaren defensie en die op de peildatum in dienst van het Ministerie van Defensie was;
3°. de gewezen militair met een lagere rang dan vice-admiraal of luitenant-generaal die ingevolge artikel 18, zesde lid, van het Besluit bovenwettelijke uitkeringen bij werkloosheid voor de sector Defensie op de peildatum in het genot was van wachtgeld of een uitkering, dan wel een uitkering op grond van de Uitkeringswet gewezen militairen genoot;
4°. de gewezen burgerlijke ambtenaar defensie die aanspraak heeft op salaris volgens bijlage A of B van het Inkomstenbesluit burgerlijke ambtenaren defensie en die ingevolge artikel 18, zesde lid, van het Besluit bovenwettelijke uitkeringen bij werkloosheid voor de sector Defensie op de peildatum in het genot was van wachtgeld of een uitkering, dan wel van een uitkering op grond van het Besluit uitkering wegens functioneel leeftijdsontslag burgerlijke ambtenaren defensie;
1°. de militair met een lagere rang dan vice-admiraal of luitenant-generaal die op de peildatum in werkelijke dienst was;
2°. de burgerlijke ambtenaar defensie die aanspraak heeft op een salaris volgens bijlage A of B van het Inkomstenbesluit burgerlijke ambtenaren defensie en die op de peildatum in dienst van het Ministerie van Defensie was;
3°. de gewezen militair met een lagere rang dan vice-admiraal of luitenant-generaal die ingevolge artikel 18, zesde lid, van het Besluit bovenwettelijke uitkeringen bij werkloosheid voor de sector Defensie op de peildatum in het genot was van wachtgeld of een uitkering, dan wel een uitkering op grond van de Uitkeringswet gewezen militairen genoot;
4°. de gewezen burgerlijke ambtenaar defensie die aanspraak heeft op salaris volgens bijlage A of B van het Inkomstenbesluit burgerlijke ambtenaren defensie en die ingevolge artikel 18, zesde lid, van het Besluit bovenwettelijke uitkeringen bij werkloosheid voor de sector Defensie op de peildatum in het genot was van wachtgeld of een uitkering, dan wel van een uitkering op grond van het Besluit uitkering wegens functioneel leeftijdsontslag burgerlijke ambtenaren defensie;
d. berekeningsbasis: 1°. de over de maand januari van het jaar 2006 genoten bezoldiging vermeerderd met de vakantie-uitkering en eindejaarsuitkering volgens hetgeen daaronder wordt verstaan in het Inkomstenbesluit militairen;
2°. het over de maand januari van het jaar 2006 genoten salaris vermeerderd met de vakantie-uitkering en eindejaarsuitkering volgens hetgeen daaronder wordt verstaan in het Inkomstenbesluit burgerlijke ambtenaren defensie;
3°. het wachtgeld of de uitkering die over de maand januari 2006, op grond van één van de in onderdeel c, subonderdeel 3° en 4°, genoemde besluiten is genoten na toepassing van de bij of krachtens die besluiten geldende vermindering wegens inkomsten uit of in verband met arbeid of bedrijf.
1°. de over de maand januari van het jaar 2006 genoten bezoldiging vermeerderd met de vakantie-uitkering en eindejaarsuitkering volgens hetgeen daaronder wordt verstaan in het Inkomstenbesluit militairen;
2°. het over de maand januari van het jaar 2006 genoten salaris vermeerderd met de vakantie-uitkering en eindejaarsuitkering volgens hetgeen daaronder wordt verstaan in het Inkomstenbesluit burgerlijke ambtenaren defensie;
3°. het wachtgeld of de uitkering die over de maand januari 2006, op grond van één van de in onderdeel c, subonderdeel 3° en 4°, genoemde besluiten is genoten na toepassing van de bij of krachtens die besluiten geldende vermindering wegens inkomsten uit of in verband met arbeid of bedrijf.
2. De betrokkene heeft op de peildatum aanspraak op een eenmalige uitkering 2004 ter grootte van 0,8% van het twaalfvoud van de voor betrokkene geldende berekeningsbasis.
3. De eenmalige uitkering 2004 heeft geen algemeen karakter en is voor de betrokkene, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 1° en 3°, niet gerekend tot de bezoldiging in de zin van het Inkomstenbesluit militairenen maakt evenmin deel uit van de pensioengrondslag of het inkomen in de zin van de Uitkeringswet gewezen militairendan wel de Kaderwet militaire pensioenen.
4. De eenmalige uitkering 2004 maakt voor de betrokkene, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 2° en 4°, deel uit van de pensioengrondslag.