BWBR0008817
Geldig vanaf 2000-02-18
Artikel 8
Regeling ziektekostenvoorziening defensiepersoneel
1. Voor het verlenen van een tegemoetkoming kunnen in aanmerking worden gebracht de te zijnen laste blijvende ziektekosten die betrokkene als zodanig heeft gemaakt gedurende een aaneengesloten tijdvak van twaalf maanden, met dien verstande dat de kosten, bedoeld in de artikelen 7en 7a, betrekking moeten hebben op dit tijdvak. Voor de vraag of de kosten, bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel b, betrekking hebben op het tijdvak is bepalend of de datum van de nota in dat tijdvak is gelegen.
2. In geval van overlijden van de betrokkene binnen een jaar na het verstrijken van een tijdvak als bedoeld in het eerste lid, waarover krachtens deze regeling een tegemoetkoming is verleend, kunnen de ziektekosten met betrekking tot het tijdvak gelegen tussen het einde van evenbedoeld tijdvak en de datum van overlijden eveneens voor het verlenen van een tegemoetkoming aan diens nagelaten betrekkingen in aanmerking worden gebracht.
3. Degene die na ontslag in verband met de privatisering van een overheidsdienst waarbij hij werkzaam was niet langer betrokkene is kan de te zijnen laste blijvende ziektekosten met betrekking tot het aaneengesloten tijdvak dat korter is dan twaalf kalendermaanden en eindigt vóór de datum van ontslag, voor het verlenen van een tegemoetkoming in aanmerking brengen.
4. De aanvraag om toekenning van de tegemoetkoming geschiedt binnen drie maanden na het einde van het tijdvak, waarop zij betrekking heeft of, in geval van overlijden van betrokkene, binnen zes maanden.
5. Een beschikking op de aanvraag wordt gegeven binnen zestien weken na ontvangst van de aanvraag. Indien een beschikking niet binnen de termijn van zestien weken kan worden gegeven, wordt de aanvrager hiervan schriftelijk in kennis gesteld onder opgave van redenen en onder vermelding van de termijn waarbinnen de beschikking wel tegemoet kan worden gezien. Deze termijn bedraagt ten hoogste acht weken.
6. De aanvraag wordt niet in behandeling genomen indien de betrokkene niet tevens heeft verklaard ermee in te stemmen, dat allen, die daarvoor naar het oordeel van Onze Minister in aanmerking komen, omtrent zijn omstandigheden alle inlichtingen geven, welke voor de uitvoering van dit besluit noodzakelijk zijn.
2. In geval van overlijden van de betrokkene binnen een jaar na het verstrijken van een tijdvak als bedoeld in het eerste lid, waarover krachtens deze regeling een tegemoetkoming is verleend, kunnen de ziektekosten met betrekking tot het tijdvak gelegen tussen het einde van evenbedoeld tijdvak en de datum van overlijden eveneens voor het verlenen van een tegemoetkoming aan diens nagelaten betrekkingen in aanmerking worden gebracht.
3. Degene die na ontslag in verband met de privatisering van een overheidsdienst waarbij hij werkzaam was niet langer betrokkene is kan de te zijnen laste blijvende ziektekosten met betrekking tot het aaneengesloten tijdvak dat korter is dan twaalf kalendermaanden en eindigt vóór de datum van ontslag, voor het verlenen van een tegemoetkoming in aanmerking brengen.
4. De aanvraag om toekenning van de tegemoetkoming geschiedt binnen drie maanden na het einde van het tijdvak, waarop zij betrekking heeft of, in geval van overlijden van betrokkene, binnen zes maanden.
5. Een beschikking op de aanvraag wordt gegeven binnen zestien weken na ontvangst van de aanvraag. Indien een beschikking niet binnen de termijn van zestien weken kan worden gegeven, wordt de aanvrager hiervan schriftelijk in kennis gesteld onder opgave van redenen en onder vermelding van de termijn waarbinnen de beschikking wel tegemoet kan worden gezien. Deze termijn bedraagt ten hoogste acht weken.
6. De aanvraag wordt niet in behandeling genomen indien de betrokkene niet tevens heeft verklaard ermee in te stemmen, dat allen, die daarvoor naar het oordeel van Onze Minister in aanmerking komen, omtrent zijn omstandigheden alle inlichtingen geven, welke voor de uitvoering van dit besluit noodzakelijk zijn.