BWBR0020003
Geldig vanaf 2006-07-05
Artikel 4
Besluit toekenning politiebevoegdheden en geweldsmiddelen HTM 2006
De directeur van de HTM stelt in overleg met de toezichthouder en de direct toezichthouder op:
a. Een instructie, gebaseerd op artikel 22 van de Ambtsinstructie voor de politie, de Koninklijke marechaussee en de buitengewoon opsporingsambtenaar, waarin zo concreet mogelijk beschreven wordt bij welke feiten en omstandigheden het aanleggen van handboeien en het gebruik van de wapenstok is toegestaan. De instructie dient aan iedere buitengewoon opsporingsambtenaar, die is uitgerust met handboeien en de wapenstok ter hand te worden gesteld.
b. Een procedure, gebaseerd op de artikelen 17 en 23 van de Ambtsinstructie voor de politie, de Koninklijke marechaussee en de buitengewoon opsporingsambtenaar, voor de melding van het gebruik van handboeien en de wapenstok. Over iedere melding dienen de toezichthouder en de direct toezichthouder zo spoedig mogelijk te worden geïnformeerd.
a. Een instructie, gebaseerd op artikel 22 van de Ambtsinstructie voor de politie, de Koninklijke marechaussee en de buitengewoon opsporingsambtenaar, waarin zo concreet mogelijk beschreven wordt bij welke feiten en omstandigheden het aanleggen van handboeien en het gebruik van de wapenstok is toegestaan. De instructie dient aan iedere buitengewoon opsporingsambtenaar, die is uitgerust met handboeien en de wapenstok ter hand te worden gesteld.
b. Een procedure, gebaseerd op de artikelen 17 en 23 van de Ambtsinstructie voor de politie, de Koninklijke marechaussee en de buitengewoon opsporingsambtenaar, voor de melding van het gebruik van handboeien en de wapenstok. Over iedere melding dienen de toezichthouder en de direct toezichthouder zo spoedig mogelijk te worden geïnformeerd.