BWBR0020003
Geldig vanaf 2006-07-05
Artikel 3
Besluit toekenning politiebevoegdheden en geweldsmiddelen HTM 2006
1. De buitengewoon opsporingsambtenaar, werkzaam bij het FOT kan gedurende de uitoefening van zijn taak als buitengewoon opsporingsambtenaar uitgerust zijn met:
a. handboeien van een door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en de Minister van Justitie goedgekeurd merk en type;
b. een korte wapenstok van een door de ministers van Justitie en van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties goedgekeurd merk en type.
2. De buitengewoon opsporingsambtenaar wordt eerst uitgerust met handboeien en de wapenstok nadat de direct toezichthouder heeft vastgesteld dat betrokkene beschikt over de vereiste bekwaamheid ten aanzien van het gebruik van en het omgaan met handboeien en de wapenstok.
a. handboeien van een door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en de Minister van Justitie goedgekeurd merk en type;
b. een korte wapenstok van een door de ministers van Justitie en van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties goedgekeurd merk en type.
2. De buitengewoon opsporingsambtenaar wordt eerst uitgerust met handboeien en de wapenstok nadat de direct toezichthouder heeft vastgesteld dat betrokkene beschikt over de vereiste bekwaamheid ten aanzien van het gebruik van en het omgaan met handboeien en de wapenstok.