BWBR0019991
Geldig vanaf 2006-07-13
Artikel 9
Beleidsregel doelmatigheid hoger onderwijs
a. Deze beleidsregel heeft betrekking op alle mutaties van het onderwijsaanbod in het bekostigde domein, vallend onder artikel 1 van deze beleidsregel. Nieuwe masteropleidingen op het terrein van het hoger beroepsonderwijs (hbo) zijn in beginsel uitgezonderd van bekostiging uit ’s Rijks kas, omdat zij geen deel uitmaken van het initiële onderwijs. Alleen in bijzondere situaties, zoals bepaald in artikel 7.3a, tweede lid onder b en derde lid, WHW (en in de artikelsgewijze toelichting, TK 28 024 nr. 7), bestaat de mogelijkheid dat de minister een opleiding als masteropleiding binnen het hbo aanmerkt. Een instelling die de minister verzoekt een besluit tot aanmerking te nemen is verplicht aan te tonen dat voor die opleiding aan de beide in artikel 7.3a, derde lid, WHW gestelde vereisten is voldaan. Dit betekent dat op de betrokken instelling een zware bewijslast rust, namelijk dat er sprake moet zijn van een behoefte die objectief vaststelbaar en aannemelijk is te maken. Voor beide vereisten is het van belang dat het afnemende beroepenveld de totstandkoming van een bepaalde hbo-masteropleiding ondersteunt en onderschrijft.
b. Deze beleidsregel is niet van toepassing op thans nog bestaande voortgezette opleidingen in het hbo waarvoor het instellingsbestuur, ter voortzetting van de desbetreffende opleiding, een aanvraag doet om de opleiding aan te merken als masteropleiding binnen het hbo.
c. Deze beleidsregel is niet van toepassing op ‘pilots’ met Associate degreeprogramma’s in het hbo. Uitgangspunt is dat deze ‘pilots’, door aanpassing van het curriculum van de desbetreffende bacheloropleiding, worden ingebed in het bestaande onderwijsaanbod, zoals is bepaald in de brief aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal van 20 juni 2005, kenmerk HO/BL/2005/22876, in de brief aan de hogescholen van 30 september 2005, kenmerk PLW/05/76506, en in de brief aan de hogescholen van 1 juni 2006, kenmerk PLW/2006/46867.
b. Deze beleidsregel is niet van toepassing op thans nog bestaande voortgezette opleidingen in het hbo waarvoor het instellingsbestuur, ter voortzetting van de desbetreffende opleiding, een aanvraag doet om de opleiding aan te merken als masteropleiding binnen het hbo.
c. Deze beleidsregel is niet van toepassing op ‘pilots’ met Associate degreeprogramma’s in het hbo. Uitgangspunt is dat deze ‘pilots’, door aanpassing van het curriculum van de desbetreffende bacheloropleiding, worden ingebed in het bestaande onderwijsaanbod, zoals is bepaald in de brief aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal van 20 juni 2005, kenmerk HO/BL/2005/22876, in de brief aan de hogescholen van 30 september 2005, kenmerk PLW/05/76506, en in de brief aan de hogescholen van 1 juni 2006, kenmerk PLW/2006/46867.