BWBR0019974
Geldig vanaf 29-06-2008
Artikel 2
Besluit bloedonderzoek Newcastle Disease (PPE) 2006
1. Ter uitvoering van het in artikel 2, tweede lid, van de verordening bedoelde onderzoek van bloedmonsters, zorgt de ondernemer ervoor dat indien hij vermeerderingsdieren of leghennen houdt, bloed wordt afgenomen van tenminste 30 willekeurig gekozen vermeerderingsdieren of leghennen per stal.
2. Bij een koppel vermeerderingsdieren moet het bloedonderzoek worden uitgevoerd:
a. maximaal zes weken nadat de vaccinatie met geïnactiveerde entstof is uitgevoerd;
b. op een leeftijd van 70 dagen, tenzij het betreffende koppel sinds de geboorte steeds met tussenpozen van ten hoogste 6 weken door een dierenarts is gevaccineerd met een levende entstof en die vaccinaties door middel van een spray of aërosol zijn uitgevoerd;
c. op een leeftijd van 40 – 48 weken voor zover het vermeerderingsdieren kip (niet zijnde kalkoenvermeerderingsdieren) betreft;
d. op een leeftijd van 50 – 58 weken voor zover het kalkoenvermeerderingsdieren betreft;
e. op een leeftijd van 70 – 75 weken;
f. maximaal 20 dagen voorafgaand aan een verplaatsing van een koppel van het ene pluimveebedrijf naar het andere pluimveebedrijf, voor zover het te verplaatsen koppel op de dag van de verplaatsing een leeftijd heeft van 28 dagen of ouder.
3. Bij een koppel leghennen worden de in het eerste lid bedoelde bloedmonsters genomen:
a. maximaal zes weken nadat de vaccinatie met een geïnactiveerd vaccin is uitgevoerd;
b. op een leeftijd van 70 dagen, tenzij het betreffende koppel sinds de geboorte steeds met tussenpozen van ten hoogste 6 weken door een dierenarts is gevaccineerd met een levende entstof en die vaccinaties door middel van een spray of aërosol zijn uitgevoerd;
c. maximaal negen weken voor de datum dat het koppel zal worden geslacht;
d. maximaal 20 dagen voorafgaand aan een verplaatsing van een koppel van het ene pluimveebedrijf naar het andere pluimveebedrijf, voor zover het te verplaatsen koppel op de dag van de verplaatsing een leeftijd heeft van 28 dagen of ouder;
e. op een leeftijd van 90 – 95 weken.
4. De ondernemer zorgt ervoor, indien uit het onderzoek van de in het derde lid, onder b. bedoelde bloedmonsters blijkt dat de immuniteit van een koppel leghennen niet voldoet aan de in artikel 4, derde lid, onder a. of b., van de verordening bedoelde waarde, en het koppel, conform artikel 5, eerste lid, onder a. van de verordening wegens slachting niet opnieuw is gevaccineerd, dat het eerstvolgende koppel leghennen op zijn pluimveebedrijf, naast op de in het derde lid genoemde tijdstippen, ook op een leeftijd van 40 – 42 weken wordt onderzocht door middel van onderzoek als bedoeld in artikel 2, tweede lid, van Verordening vaccinatie Newcastle Disease 2006.
5. De te onderzoeken monsters worden, vergezeld van een ingevuld en ondertekend formulier overeenkomstig het in de bijlage bij dit besluit opgenomen model, voor onderzoek gezonden naar een door het bestuur aangewezen laboratorium.
2. Bij een koppel vermeerderingsdieren moet het bloedonderzoek worden uitgevoerd:
a. maximaal zes weken nadat de vaccinatie met geïnactiveerde entstof is uitgevoerd;
b. op een leeftijd van 70 dagen, tenzij het betreffende koppel sinds de geboorte steeds met tussenpozen van ten hoogste 6 weken door een dierenarts is gevaccineerd met een levende entstof en die vaccinaties door middel van een spray of aërosol zijn uitgevoerd;
c. op een leeftijd van 40 – 48 weken voor zover het vermeerderingsdieren kip (niet zijnde kalkoenvermeerderingsdieren) betreft;
d. op een leeftijd van 50 – 58 weken voor zover het kalkoenvermeerderingsdieren betreft;
e. op een leeftijd van 70 – 75 weken;
f. maximaal 20 dagen voorafgaand aan een verplaatsing van een koppel van het ene pluimveebedrijf naar het andere pluimveebedrijf, voor zover het te verplaatsen koppel op de dag van de verplaatsing een leeftijd heeft van 28 dagen of ouder.
3. Bij een koppel leghennen worden de in het eerste lid bedoelde bloedmonsters genomen:
a. maximaal zes weken nadat de vaccinatie met een geïnactiveerd vaccin is uitgevoerd;
b. op een leeftijd van 70 dagen, tenzij het betreffende koppel sinds de geboorte steeds met tussenpozen van ten hoogste 6 weken door een dierenarts is gevaccineerd met een levende entstof en die vaccinaties door middel van een spray of aërosol zijn uitgevoerd;
c. maximaal negen weken voor de datum dat het koppel zal worden geslacht;
d. maximaal 20 dagen voorafgaand aan een verplaatsing van een koppel van het ene pluimveebedrijf naar het andere pluimveebedrijf, voor zover het te verplaatsen koppel op de dag van de verplaatsing een leeftijd heeft van 28 dagen of ouder;
e. op een leeftijd van 90 – 95 weken.
4. De ondernemer zorgt ervoor, indien uit het onderzoek van de in het derde lid, onder b. bedoelde bloedmonsters blijkt dat de immuniteit van een koppel leghennen niet voldoet aan de in artikel 4, derde lid, onder a. of b., van de verordening bedoelde waarde, en het koppel, conform artikel 5, eerste lid, onder a. van de verordening wegens slachting niet opnieuw is gevaccineerd, dat het eerstvolgende koppel leghennen op zijn pluimveebedrijf, naast op de in het derde lid genoemde tijdstippen, ook op een leeftijd van 40 – 42 weken wordt onderzocht door middel van onderzoek als bedoeld in artikel 2, tweede lid, van Verordening vaccinatie Newcastle Disease 2006.
5. De te onderzoeken monsters worden, vergezeld van een ingevuld en ondertekend formulier overeenkomstig het in de bijlage bij dit besluit opgenomen model, voor onderzoek gezonden naar een door het bestuur aangewezen laboratorium.
- Citeren als
- Art. 2
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0019974
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl