BWBR0019961
Geldig vanaf 2006-07-02
Artikel 4
Regeling overgang scholen voor praktijkonderwijs naar lumpsumbekostiging per 1 augustus 2006
1. De verlening van de aanvullende bekostiging voor personeelskosten is gebaseerd op het aantal leerlingen met een niet-Nederlandse culturele achtergrond per school van het bevoegd gezag dat volgens de ILT bij de school voor praktijkonderwijs was ingeschreven.
2. De aanvullende bekostiging voor personeelskosten wordt bepaald door het aantal leerlingen, vastgesteld op grond van het eerste lid, te vermenigvuldigen met een bedrag per leerling van € 910,– per jaar.
3. De aanvullende bekostiging voor personeelskosten bedraagt voor de periode:
a. 1 augustus 2006 tot en met 31 december 2008: 100% van de bekostiging, bedoeld in het tweede lid.
b. 1 januari 2009 tot en met 31 december 2009: 60% van de bekostiging, bedoeld in het tweede lid.
c. 1 januari 2010 tot en met 31 december 2010: 30% van de bekostiging, bedoeld in het tweede lid.
4. Het bevoegd gezag van de school ontvangt uiterlijk 30 juni 2006 een beschikking met een overzicht van de jaarlijks beschikbaar te stellen aanvullende bekostiging voor personeelskosten.
5. Van de in het tweede lid berekende aanvullende bekostiging voor personeelskosten wordt over de periode 1 augustus 2006 tot en met 31 december 2006 vijftwaalfde deel in vijf gelijke maandelijkse termijnen aan het bevoegd gezag van de school betaalbaar gesteld.
6. Vanaf 1 januari 2007 wordt de aanvullende bekostiging voor personeelskosten conform het gebruikelijke betaalritme van de reguliere personele bekostiging aan het bevoegd gezag van de school betaalbaar gesteld.
2. De aanvullende bekostiging voor personeelskosten wordt bepaald door het aantal leerlingen, vastgesteld op grond van het eerste lid, te vermenigvuldigen met een bedrag per leerling van € 910,– per jaar.
3. De aanvullende bekostiging voor personeelskosten bedraagt voor de periode:
a. 1 augustus 2006 tot en met 31 december 2008: 100% van de bekostiging, bedoeld in het tweede lid.
b. 1 januari 2009 tot en met 31 december 2009: 60% van de bekostiging, bedoeld in het tweede lid.
c. 1 januari 2010 tot en met 31 december 2010: 30% van de bekostiging, bedoeld in het tweede lid.
4. Het bevoegd gezag van de school ontvangt uiterlijk 30 juni 2006 een beschikking met een overzicht van de jaarlijks beschikbaar te stellen aanvullende bekostiging voor personeelskosten.
5. Van de in het tweede lid berekende aanvullende bekostiging voor personeelskosten wordt over de periode 1 augustus 2006 tot en met 31 december 2006 vijftwaalfde deel in vijf gelijke maandelijkse termijnen aan het bevoegd gezag van de school betaalbaar gesteld.
6. Vanaf 1 januari 2007 wordt de aanvullende bekostiging voor personeelskosten conform het gebruikelijke betaalritme van de reguliere personele bekostiging aan het bevoegd gezag van de school betaalbaar gesteld.