BWBR0019961
Geldig vanaf 2006-07-02
Artikel 1
Regeling overgang scholen voor praktijkonderwijs naar lumpsumbekostiging per 1 augustus 2006
In deze regeling wordt verstaan onder:
a. minister: de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;
b. wet: de Wet op het voortgezet onderwijs;
c. besluit: het Besluit van 19 januari 2006, houdende wijziging van onder meer het Besluit RVC’s, regionaal zorgbudget en praktijkscholen met declaratiebekostiging in verband met beëindiging declaratiebekostiging praktijkonderwijs en overgang naar lumpsumbekostiging (Stb. 49);
d. school voor praktijkonderwijs: een school voor praktijkonderwijs als bedoeld in artikel IV, eerste lid, van het besluit;
e. leerling: een leerling die op grond van artikel 10g van de wet tot een school voor praktijkonderwijs is toegelaten;
f. leerling met een niet-Nederlandse culturele achtergrond: leerling 1°. die behoort tot de Molukse bevolkingsgroep;
2°. van wie ten minste een van de ouders of voogden afkomstig is uit Griekenland, Italië, het voormalige Joegoslavië, Kaapverdië, Marokko, Portugal, Spanje, Tunesië of Turkije;
3°. van wie ten minste een van de ouders of voogden afkomstig is uit Suriname, de Nederlandse Antillen of Aruba;
4°. van wie ten minste een van de ouders of voogden door de Minister van Justitie als vluchteling is toegelaten op grond van artikel 29 van de Vreemdelingenwet 2000, dan wel,
5°. van wie ten minste een van de ouders of voogden afkomstig is uit een ander niet-Engelstalig land buiten Europa, met uitzondering van Indonesië.
1°. die behoort tot de Molukse bevolkingsgroep;
2°. van wie ten minste een van de ouders of voogden afkomstig is uit Griekenland, Italië, het voormalige Joegoslavië, Kaapverdië, Marokko, Portugal, Spanje, Tunesië of Turkije;
3°. van wie ten minste een van de ouders of voogden afkomstig is uit Suriname, de Nederlandse Antillen of Aruba;
4°. van wie ten minste een van de ouders of voogden door de Minister van Justitie als vluchteling is toegelaten op grond van artikel 29 van de Vreemdelingenwet 2000, dan wel,
5°. van wie ten minste een van de ouders of voogden afkomstig is uit een ander niet-Engelstalig land buiten Europa, met uitzondering van Indonesië.
g. ILT: de integrale leerlingentelling per 1 oktober 2003, waarbij de groeiregeling zoals vermeld in artikelen 6a en 6b van het Formatiebesluit W.V.O. en in artikelen 7 en 8 van de Regeling formatie en bekostiging praktijkscholen met declaratiebekostiging niet van toepassing zijn.
a. minister: de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;
b. wet: de Wet op het voortgezet onderwijs;
c. besluit: het Besluit van 19 januari 2006, houdende wijziging van onder meer het Besluit RVC’s, regionaal zorgbudget en praktijkscholen met declaratiebekostiging in verband met beëindiging declaratiebekostiging praktijkonderwijs en overgang naar lumpsumbekostiging (Stb. 49);
d. school voor praktijkonderwijs: een school voor praktijkonderwijs als bedoeld in artikel IV, eerste lid, van het besluit;
e. leerling: een leerling die op grond van artikel 10g van de wet tot een school voor praktijkonderwijs is toegelaten;
f. leerling met een niet-Nederlandse culturele achtergrond: leerling 1°. die behoort tot de Molukse bevolkingsgroep;
2°. van wie ten minste een van de ouders of voogden afkomstig is uit Griekenland, Italië, het voormalige Joegoslavië, Kaapverdië, Marokko, Portugal, Spanje, Tunesië of Turkije;
3°. van wie ten minste een van de ouders of voogden afkomstig is uit Suriname, de Nederlandse Antillen of Aruba;
4°. van wie ten minste een van de ouders of voogden door de Minister van Justitie als vluchteling is toegelaten op grond van artikel 29 van de Vreemdelingenwet 2000, dan wel,
5°. van wie ten minste een van de ouders of voogden afkomstig is uit een ander niet-Engelstalig land buiten Europa, met uitzondering van Indonesië.
1°. die behoort tot de Molukse bevolkingsgroep;
2°. van wie ten minste een van de ouders of voogden afkomstig is uit Griekenland, Italië, het voormalige Joegoslavië, Kaapverdië, Marokko, Portugal, Spanje, Tunesië of Turkije;
3°. van wie ten minste een van de ouders of voogden afkomstig is uit Suriname, de Nederlandse Antillen of Aruba;
4°. van wie ten minste een van de ouders of voogden door de Minister van Justitie als vluchteling is toegelaten op grond van artikel 29 van de Vreemdelingenwet 2000, dan wel,
5°. van wie ten minste een van de ouders of voogden afkomstig is uit een ander niet-Engelstalig land buiten Europa, met uitzondering van Indonesië.
g. ILT: de integrale leerlingentelling per 1 oktober 2003, waarbij de groeiregeling zoals vermeld in artikelen 6a en 6b van het Formatiebesluit W.V.O. en in artikelen 7 en 8 van de Regeling formatie en bekostiging praktijkscholen met declaratiebekostiging niet van toepassing zijn.