BWBR0019855
Geldig vanaf 2006-05-31
Artikel 4
Subsidieregeling aanpak milieudrukvermindering 2006
1. Aanvragen tot subsidieverlening worden beoordeeld op de volgende aspecten:
a. of en in welke mate het project bijdraagt aan de in artikel 2 genoemde doelstellingen;
b. de kosten van het project in relatie tot de kwaliteit, de beoogde resultaten ervan en de wijze van monitoring;
c. of de resultaten van het project structurele invloed zullen hebben op de uitvoering van het gemeentelijk beleid.
2. Naast de aspecten, bedoeld in het eerste lid, wordt een plusproject huishoudelijke afvalstoffen beoordeeld op de volgende aspecten:
a. de volledigheid en actualiteit van de gegevens over afvalscheiding en afvalpreventie, voorzover het huishoudelijke afvalstoffen betreft, waarop het plan van aanpak huishoudelijke afvalstoffen is gebaseerd;
b. de wijze waarop de maatregelen in het plan van aanpak huishoudelijke afvalstoffen aansluiten op de gegevens over afvalscheiding en afvalpreventie, voorzover het huishoudelijke afvalstoffen betreft.
3. Naast de aspecten, bedoeld in het eerste lid, wordt een plusproject zwerfafval beoordeeld op de volgende aspecten:
a. de volledigheid en actualiteit van de gegevens over zwerfafval, waarop het plan van aanpak zwerfafval is gebaseerd;
b. de wijze waarop de maatregelen in het plan van aanpak zwerfafval beleidsmatig zijn onderbouwd en aansluiten op de gegevens over zwerfafval;
c. de aanwezigheid van doublures van maatregelen in modules als bedoeld in artikel 3, zesde lid, onder c.
a. of en in welke mate het project bijdraagt aan de in artikel 2 genoemde doelstellingen;
b. de kosten van het project in relatie tot de kwaliteit, de beoogde resultaten ervan en de wijze van monitoring;
c. of de resultaten van het project structurele invloed zullen hebben op de uitvoering van het gemeentelijk beleid.
2. Naast de aspecten, bedoeld in het eerste lid, wordt een plusproject huishoudelijke afvalstoffen beoordeeld op de volgende aspecten:
a. de volledigheid en actualiteit van de gegevens over afvalscheiding en afvalpreventie, voorzover het huishoudelijke afvalstoffen betreft, waarop het plan van aanpak huishoudelijke afvalstoffen is gebaseerd;
b. de wijze waarop de maatregelen in het plan van aanpak huishoudelijke afvalstoffen aansluiten op de gegevens over afvalscheiding en afvalpreventie, voorzover het huishoudelijke afvalstoffen betreft.
3. Naast de aspecten, bedoeld in het eerste lid, wordt een plusproject zwerfafval beoordeeld op de volgende aspecten:
a. de volledigheid en actualiteit van de gegevens over zwerfafval, waarop het plan van aanpak zwerfafval is gebaseerd;
b. de wijze waarop de maatregelen in het plan van aanpak zwerfafval beleidsmatig zijn onderbouwd en aansluiten op de gegevens over zwerfafval;
c. de aanwezigheid van doublures van maatregelen in modules als bedoeld in artikel 3, zesde lid, onder c.