BWBR0019855
Geldig vanaf 2006-05-31
Artikel 3
Subsidieregeling aanpak milieudrukvermindering 2006
1. Een plusproject huishoudelijke afvalstoffen kan slechts voor subsidie in aanmerking komen, indien:
a. aan de aanvragende gemeente, het aanvragende stadsdeel of gemeenten die betrokken zijn bij het aanvragende samenwerkingsverband nog geen tweemaal subsidie is verstrekt voor een plusproject huishoudelijke afvalstoffen,
b. de voorgenomen maatregelen nieuw en additioneel zijn ten opzichte van de huidige situatie,
c. het betrekking heeft op het grondgebied of een deel daarvan van de aanvragende gemeente, het aanvragende stadsdeel of op het grondgebied of een deel daarvan van de gemeenten die betrokken zijn bij het samenwerkingsverband,
d. in het project is voorzien in een sorteeranalyse die wordt uitgevoerd aan het einde van het project,
e. de start van het project plaatsvindt uiterlijk drie maanden na de datum van de verlening van de subsidie, en
f. de duur van het project, gerekend vanaf de datum van de verlening van de subsidie, niet meer dan twee jaar bedraagt.
2. Bij de aanvraag tot subsidieverlening voor een plusproject huishoudelijke afvalstoffen worden de volgende gegevens verstrekt:
a. de resultaten van een nulmeting huishoudelijke afvalstoffen, welke niet ouder zijn dan drie jaar, en
b. het plan van aanpak huishoudelijke afvalstoffen waarop het plusproject huishoudelijke afvalstoffen betrekking heeft.
3. Een aanvraag tot subsidieverlening voor een tweede plusproject huishoudelijke afvalstoffen kan slechts worden ingediend indien het eerste plusproject huishoudelijke afvalstoffen inhoudelijk is afgerond.
4. In het kalenderjaar 2006 wordt per gemeente of stadsdeel voor slechts één plusproject huishoudelijke afvalstoffen subsidie verstrekt.
5. Een basisproject zwerfafval kan slechts voor subsidie in aanmerking komen indien:
a. aan de aanvragende gemeente, het aanvragende stadsdeel of gemeenten die betrokken zijn bij het aanvragende samenwerkingsverband nog niet eerder subsidie is verstrekt voor een basisproject zwerfafval of een zwerfafvalproject als bedoeld in de Subsidieregeling Aanpak Milieudrukvermindering 2004,
b. het betrekking heeft op het grondgebied of een deel daarvan van de aanvragende gemeente, het stadsdeel of het grondgebied of een deel daarvan van de gemeenten die betrokken zijn bij het samenwerkingsverband,
c. de start van het project plaatsvindt uiterlijk drie maanden na de datum van de verlening van subsidie, en
d. de duur van het project, gerekend vanaf de datum van de verlening van de subsidie, niet meer dan één jaar bedraagt.
6. Een plusproject zwerfafval kan slechts voor subsidie in aanmerking komen, indien:
a. de voorgenomen maatregelen nieuw en additioneel zijn ten opzichte van de huidige situatie,
b. het betrekking heeft op het grondgebied of een deel daarvan van de aanvragende gemeente, het aanvragende stadsdeel of het grondgebied of een deel daarvan van de gemeenten die betrokken zijn bij het aanvragende samenwerkingsverband,
c. ten minste de module monitoring zwerfafval en ten hoogste drie van de volgende modules worden uitgevoerd: 1°. module voorzieningen zwerfafval;
2°. module handhaving zwerfafval;
3°. module beheer zwerfafval;
4°. module organisatie zwerfafval;
5°. module communicatie zwerfafval;
6°. module participatie burgers zwerfafval;
7°. module participatie bedrijven zwerfafval,
1°. module voorzieningen zwerfafval;
2°. module handhaving zwerfafval;
3°. module beheer zwerfafval;
4°. module organisatie zwerfafval;
5°. module communicatie zwerfafval;
6°. module participatie burgers zwerfafval;
7°. module participatie bedrijven zwerfafval,
d. in het project is voorzien in een evaluatie die wordt uitgevoerd aan het einde van het project,
e. de start van het project plaatsvindt uiterlijk drie maanden na de datum van de verlening van de subsidie, en
f. de duur van het project, gerekend vanaf de datum van de verlening van de subsidie, niet meer dan twee jaar bedraagt.
7. Bij de aanvraag tot subsidieverlening voor een plusproject zwerfafval worden verstrekt:
a. de resultaten van een nulmeting zwerfafval, welke niet ouder zijn dan twee jaar,
b. het plan van aanpak zwerfafval waarop het plusproject zwerfafval betrekking heeft.
8. Een aanvraag tot subsidieverlening voor een plusproject zwerfafval kan slechts worden ingediend indien eerdere plusprojecten zwerfafval inhoudelijk zijn afgerond.
9. In het kalenderjaar 2006 wordt per gemeente of stadsdeel voor slechts één plusproject zwerfafval subsidie verstrekt.
a. aan de aanvragende gemeente, het aanvragende stadsdeel of gemeenten die betrokken zijn bij het aanvragende samenwerkingsverband nog geen tweemaal subsidie is verstrekt voor een plusproject huishoudelijke afvalstoffen,
b. de voorgenomen maatregelen nieuw en additioneel zijn ten opzichte van de huidige situatie,
c. het betrekking heeft op het grondgebied of een deel daarvan van de aanvragende gemeente, het aanvragende stadsdeel of op het grondgebied of een deel daarvan van de gemeenten die betrokken zijn bij het samenwerkingsverband,
d. in het project is voorzien in een sorteeranalyse die wordt uitgevoerd aan het einde van het project,
e. de start van het project plaatsvindt uiterlijk drie maanden na de datum van de verlening van de subsidie, en
f. de duur van het project, gerekend vanaf de datum van de verlening van de subsidie, niet meer dan twee jaar bedraagt.
2. Bij de aanvraag tot subsidieverlening voor een plusproject huishoudelijke afvalstoffen worden de volgende gegevens verstrekt:
a. de resultaten van een nulmeting huishoudelijke afvalstoffen, welke niet ouder zijn dan drie jaar, en
b. het plan van aanpak huishoudelijke afvalstoffen waarop het plusproject huishoudelijke afvalstoffen betrekking heeft.
3. Een aanvraag tot subsidieverlening voor een tweede plusproject huishoudelijke afvalstoffen kan slechts worden ingediend indien het eerste plusproject huishoudelijke afvalstoffen inhoudelijk is afgerond.
4. In het kalenderjaar 2006 wordt per gemeente of stadsdeel voor slechts één plusproject huishoudelijke afvalstoffen subsidie verstrekt.
5. Een basisproject zwerfafval kan slechts voor subsidie in aanmerking komen indien:
a. aan de aanvragende gemeente, het aanvragende stadsdeel of gemeenten die betrokken zijn bij het aanvragende samenwerkingsverband nog niet eerder subsidie is verstrekt voor een basisproject zwerfafval of een zwerfafvalproject als bedoeld in de Subsidieregeling Aanpak Milieudrukvermindering 2004,
b. het betrekking heeft op het grondgebied of een deel daarvan van de aanvragende gemeente, het stadsdeel of het grondgebied of een deel daarvan van de gemeenten die betrokken zijn bij het samenwerkingsverband,
c. de start van het project plaatsvindt uiterlijk drie maanden na de datum van de verlening van subsidie, en
d. de duur van het project, gerekend vanaf de datum van de verlening van de subsidie, niet meer dan één jaar bedraagt.
6. Een plusproject zwerfafval kan slechts voor subsidie in aanmerking komen, indien:
a. de voorgenomen maatregelen nieuw en additioneel zijn ten opzichte van de huidige situatie,
b. het betrekking heeft op het grondgebied of een deel daarvan van de aanvragende gemeente, het aanvragende stadsdeel of het grondgebied of een deel daarvan van de gemeenten die betrokken zijn bij het aanvragende samenwerkingsverband,
c. ten minste de module monitoring zwerfafval en ten hoogste drie van de volgende modules worden uitgevoerd: 1°. module voorzieningen zwerfafval;
2°. module handhaving zwerfafval;
3°. module beheer zwerfafval;
4°. module organisatie zwerfafval;
5°. module communicatie zwerfafval;
6°. module participatie burgers zwerfafval;
7°. module participatie bedrijven zwerfafval,
1°. module voorzieningen zwerfafval;
2°. module handhaving zwerfafval;
3°. module beheer zwerfafval;
4°. module organisatie zwerfafval;
5°. module communicatie zwerfafval;
6°. module participatie burgers zwerfafval;
7°. module participatie bedrijven zwerfafval,
d. in het project is voorzien in een evaluatie die wordt uitgevoerd aan het einde van het project,
e. de start van het project plaatsvindt uiterlijk drie maanden na de datum van de verlening van de subsidie, en
f. de duur van het project, gerekend vanaf de datum van de verlening van de subsidie, niet meer dan twee jaar bedraagt.
7. Bij de aanvraag tot subsidieverlening voor een plusproject zwerfafval worden verstrekt:
a. de resultaten van een nulmeting zwerfafval, welke niet ouder zijn dan twee jaar,
b. het plan van aanpak zwerfafval waarop het plusproject zwerfafval betrekking heeft.
8. Een aanvraag tot subsidieverlening voor een plusproject zwerfafval kan slechts worden ingediend indien eerdere plusprojecten zwerfafval inhoudelijk zijn afgerond.
9. In het kalenderjaar 2006 wordt per gemeente of stadsdeel voor slechts één plusproject zwerfafval subsidie verstrekt.