BWBR0019847
Geldig vanaf 2006-06-10
Artikel 6
Reglement voorlopig register Belastingdienst/FIOD-ECD
1. Met betrekking tot de in artikel 5, onder a, genoemde personen dienen de herkomst van de gegevens en de wijze van verkrijging te worden opgenomen en kunnen voorts ten hoogste de volgende soorten van gegevens worden opgenomen:
a. het GBA-nummer, de naam, voorna(a)m(en), aliassen, volledig adres, geboorteplaats en -datum, geslacht;
b. financiële- en bedrijfsgegevens;
c. gegevens over het staatsburgerschap;
d. gegevens over de identiteitspapieren;
e. gegevens omtrent het uiterlijk;
f. gegevens over de karaktereigenschappen;
g. gegevens over de persoonlijke omstandigheden;
h. gegevens over de opleiding en uitgeoefende beroepen;
i. gegevens over de levenswijze;
j. gegevens over de contacten en contactadressen;
k. gegevens over de plaatsen van geregeld verblijf;
l. gegevens over de verplaatsingen;
m. gegevens over de communicatiemiddelen;
n. gegevens over de vervoermiddelen;
o. gegevens over de (voorgenomen) criminele activiteiten;
p. gegevens over modus operandi;
q. verwijzingen naar andere gegevensverzamelingen;
r. het informantennummer overeenkomstig het Informanten Codering Systeem;
s. persoonsafbeeldingen;
t. mededelingen van gegevensverstrekking buiten de criminele inlichtingen eenheid;
u. gegevens over de periode en de plaats waar de persoon rechtens van zijn vrijheid is beroofd of beroofd geweest.
2. Met betrekking tot opsporingsambtenaren als bedoeld in artikel 5, onder b, kunnen ten hoogste de volgende soorten van gegevens worden opgenomen:
a. naam, voornaam;
b. dienstnummer, organisatieaanduiding, rang, functie;
c. verrichtingen naar aanleiding van de opgenomen gegevens.
a. het GBA-nummer, de naam, voorna(a)m(en), aliassen, volledig adres, geboorteplaats en -datum, geslacht;
b. financiële- en bedrijfsgegevens;
c. gegevens over het staatsburgerschap;
d. gegevens over de identiteitspapieren;
e. gegevens omtrent het uiterlijk;
f. gegevens over de karaktereigenschappen;
g. gegevens over de persoonlijke omstandigheden;
h. gegevens over de opleiding en uitgeoefende beroepen;
i. gegevens over de levenswijze;
j. gegevens over de contacten en contactadressen;
k. gegevens over de plaatsen van geregeld verblijf;
l. gegevens over de verplaatsingen;
m. gegevens over de communicatiemiddelen;
n. gegevens over de vervoermiddelen;
o. gegevens over de (voorgenomen) criminele activiteiten;
p. gegevens over modus operandi;
q. verwijzingen naar andere gegevensverzamelingen;
r. het informantennummer overeenkomstig het Informanten Codering Systeem;
s. persoonsafbeeldingen;
t. mededelingen van gegevensverstrekking buiten de criminele inlichtingen eenheid;
u. gegevens over de periode en de plaats waar de persoon rechtens van zijn vrijheid is beroofd of beroofd geweest.
2. Met betrekking tot opsporingsambtenaren als bedoeld in artikel 5, onder b, kunnen ten hoogste de volgende soorten van gegevens worden opgenomen:
a. naam, voornaam;
b. dienstnummer, organisatieaanduiding, rang, functie;
c. verrichtingen naar aanleiding van de opgenomen gegevens.