BWBR0019847
Geldig vanaf 2006-06-10
Artikel 10
Reglement voorlopig register Belastingdienst/FIOD-ECD
1. Uit het register worden slechts voor identificatie benodigde gegevens verstrekt voor het doel waarvoor het register is aangelegd.
2. Voorts worden gegevens verstrekt ten behoeve van de opneming in een register zware criminaliteit, een tijdelijk register, een ander voorlopig register of het register van het Meldpunt Ongebruikelijke Transacties. De verstrekkingen mogen niet in enig ander register worden vastgelegd.
3. Tevens worden uit het register de benodigde gegevens verstrekt:
a. op verzoek aan de beheerder van het register wanneer hij deze gegevens nodig heeft voor zijn taak als beheerder;
b. op verzoek aan leden van het openbaar ministerie, voor zover zij deze behoeven in verband met hun gezag en zeggenschap over de politie dan wel over andere personen of instanties die met de opsporing van strafbare feiten zijn belast;
c. wanneer dit voortvloeit uit de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten;
d. op verzoek ten behoeve van wetenschappelijk onderzoek en statistiek, voorzover dit voldoet aan de regels bij algemene maatregel van bestuur gesteld;
e. op grond van een door door Onze Minister van Justitie of van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties verleende beschikking ingevolge artikel 18, vijfde lid, van de Wet;
f. op verzoek aan het College bescherming persoonsgegevens;
g. wanneer uit de gegevens zelf een redelijk vermoeden voortvloeit dat een bepaalde persoon een strafbaar feit heeft begaan.
2. Voorts worden gegevens verstrekt ten behoeve van de opneming in een register zware criminaliteit, een tijdelijk register, een ander voorlopig register of het register van het Meldpunt Ongebruikelijke Transacties. De verstrekkingen mogen niet in enig ander register worden vastgelegd.
3. Tevens worden uit het register de benodigde gegevens verstrekt:
a. op verzoek aan de beheerder van het register wanneer hij deze gegevens nodig heeft voor zijn taak als beheerder;
b. op verzoek aan leden van het openbaar ministerie, voor zover zij deze behoeven in verband met hun gezag en zeggenschap over de politie dan wel over andere personen of instanties die met de opsporing van strafbare feiten zijn belast;
c. wanneer dit voortvloeit uit de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten;
d. op verzoek ten behoeve van wetenschappelijk onderzoek en statistiek, voorzover dit voldoet aan de regels bij algemene maatregel van bestuur gesteld;
e. op grond van een door door Onze Minister van Justitie of van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties verleende beschikking ingevolge artikel 18, vijfde lid, van de Wet;
f. op verzoek aan het College bescherming persoonsgegevens;
g. wanneer uit de gegevens zelf een redelijk vermoeden voortvloeit dat een bepaalde persoon een strafbaar feit heeft begaan.