BWBR0019827
Geldig vanaf 2010-01-01
Artikel 8
Besluit inrichting landelijk gebied
1. Uitruilbaar tegen een nihil inbreng zijn:
a. een waterloop met een breedte van ten minste 5 meter;
b. een plas met een oppervlakte van ten minste 25 m2;
c. een lijnvormig landschapselement bestaande uit een houtopstand met een gemiddelde breedte van ten minste 5 meter.
2. Uitruilbaar als aangrenzende grond zijn:
a. een waterloop met een gemiddelde breedte van minder dan 5 meter;
b. een plas met een oppervlakte van minder dan 25 m2;
c. een lijnvormig landschapselement bestaande uit een houtopstand met een gemiddelde breedte van minder dan 5 meter.
3. In afwijking van het eerste en tweede lid kunnen gedeputeerde staten voor het gehele blok voor waterlopen, plassen of lijnvormige landschapselementen een andere breedte of oppervlakte bepalen indien het belang van een doelmatige herverkaveling vanwege de specifieke kenmerken van het desbetreffende blok daartoe noodzaakt.
a. een waterloop met een breedte van ten minste 5 meter;
b. een plas met een oppervlakte van ten minste 25 m2;
c. een lijnvormig landschapselement bestaande uit een houtopstand met een gemiddelde breedte van ten minste 5 meter.
2. Uitruilbaar als aangrenzende grond zijn:
a. een waterloop met een gemiddelde breedte van minder dan 5 meter;
b. een plas met een oppervlakte van minder dan 25 m2;
c. een lijnvormig landschapselement bestaande uit een houtopstand met een gemiddelde breedte van minder dan 5 meter.
3. In afwijking van het eerste en tweede lid kunnen gedeputeerde staten voor het gehele blok voor waterlopen, plassen of lijnvormige landschapselementen een andere breedte of oppervlakte bepalen indien het belang van een doelmatige herverkaveling vanwege de specifieke kenmerken van het desbetreffende blok daartoe noodzaakt.