BWBR0019827
Geldig vanaf 2010-01-01
Artikel 14
Besluit inrichting landelijk gebied
Niet uitruilbaar zijn:
a. gronden met een uitzonderlijk slechte cultuurtoestand;
b. gronden met een zeer ongelijke vlakligging;
c. natuurterreinen, die niet als cultuurgrond in gebruik zijn;
d. te diep ontgronde percelen;
e. gronden waarop zich sport- of recreatieterreinen bevinden;
f. gronden waarop zich spoorwegen bevinden;
g. gronden met een houtopstand die groter is dan 10 are of gronden waarop een houtopstand die groter is dan 10 are heeft gestaan en waarvoor een herbeplantingsplicht als bedoeld in artikel 4.3, eerste lid, van de Wet natuurbescherming geldt, of
h. boomgaarden en andere gronden met meerjarige gewassen.
a. gronden met een uitzonderlijk slechte cultuurtoestand;
b. gronden met een zeer ongelijke vlakligging;
c. natuurterreinen, die niet als cultuurgrond in gebruik zijn;
d. te diep ontgronde percelen;
e. gronden waarop zich sport- of recreatieterreinen bevinden;
f. gronden waarop zich spoorwegen bevinden;
g. gronden met een houtopstand die groter is dan 10 are of gronden waarop een houtopstand die groter is dan 10 are heeft gestaan en waarvoor een herbeplantingsplicht als bedoeld in artikel 4.3, eerste lid, van de Wet natuurbescherming geldt, of
h. boomgaarden en andere gronden met meerjarige gewassen.