BWBR0019806
Geldig vanaf 2013-06-20
Artikel 6
Regeling aanvullende regels veiligheid wegtunnels
1. Het veiligheidsbeheerplan, bedoeld in artikel 7 van de wet, wordt opgesteld en uitgevoerd overeenkomstig bijlage 2, onderdeel B3, bij deze regeling.
2. Het veiligheidsbeheerplan bevat ten minste:
a. een beschrijving van het gebruik van de tunnel;
b. een beschrijving van het tunnelsysteem;
c. een beschrijving van de organisatie, processen, procedures, werkinstructies en planningen ten behoeve van het gebruik, de inspectie en het onderhoud van de tunnel;
d. een beschrijving van de wijze waarop registratie en evaluatie van significante voorvallen plaats vindt en een beschrijving van de wijze waarop verbeteringen worden doorgevoerd;
e. een analyse van scenario’s van ongevallen of indien die analyse op grond van artikel 7, eerste lid, van de wet, achterwege is gebleven, de redenen daarvoor, en
f. een calamiteitenbestrijdingsplan waarin ook rekening gehouden is met mensen met een beperkte mobiliteit en met gehandicapten en chronisch zieken en dat voorts bevat: i. een beschrijving van de operationele afspraken tussen de tunnelbeheerder en de hulpverleningsdiensten over de inzet tijdens calamiteiten, en
ii. instructies voor de uit te voeren bedienprocessen tijdens incidenten en calamiteiten.
i. een beschrijving van de operationele afspraken tussen de tunnelbeheerder en de hulpverleningsdiensten over de inzet tijdens calamiteiten, en
ii. instructies voor de uit te voeren bedienprocessen tijdens incidenten en calamiteiten.
3. De incidenten, bedoeld in het tweede lid, onderdeel f, onder ii, zijn in ieder geval:
a. stilstaande voertuigen;
b. aanrijdingen;
c. verloren lading, en
d. voorvallen met verdwaalde personen.
4. De calamiteiten, bedoeld in het tweede lid, onderdeel f, onder ii, zijn in ieder geval:
a. een ernstige aanrijding;
b. een brand of het vermoeden daarvan;
c. het vrijkomen van gevaarlijke stoffen of een vermoeden daarvan;
d. een brand in de verkeerscentrale;
e. een bommelding.
2. Het veiligheidsbeheerplan bevat ten minste:
a. een beschrijving van het gebruik van de tunnel;
b. een beschrijving van het tunnelsysteem;
c. een beschrijving van de organisatie, processen, procedures, werkinstructies en planningen ten behoeve van het gebruik, de inspectie en het onderhoud van de tunnel;
d. een beschrijving van de wijze waarop registratie en evaluatie van significante voorvallen plaats vindt en een beschrijving van de wijze waarop verbeteringen worden doorgevoerd;
e. een analyse van scenario’s van ongevallen of indien die analyse op grond van artikel 7, eerste lid, van de wet, achterwege is gebleven, de redenen daarvoor, en
f. een calamiteitenbestrijdingsplan waarin ook rekening gehouden is met mensen met een beperkte mobiliteit en met gehandicapten en chronisch zieken en dat voorts bevat: i. een beschrijving van de operationele afspraken tussen de tunnelbeheerder en de hulpverleningsdiensten over de inzet tijdens calamiteiten, en
ii. instructies voor de uit te voeren bedienprocessen tijdens incidenten en calamiteiten.
i. een beschrijving van de operationele afspraken tussen de tunnelbeheerder en de hulpverleningsdiensten over de inzet tijdens calamiteiten, en
ii. instructies voor de uit te voeren bedienprocessen tijdens incidenten en calamiteiten.
3. De incidenten, bedoeld in het tweede lid, onderdeel f, onder ii, zijn in ieder geval:
a. stilstaande voertuigen;
b. aanrijdingen;
c. verloren lading, en
d. voorvallen met verdwaalde personen.
4. De calamiteiten, bedoeld in het tweede lid, onderdeel f, onder ii, zijn in ieder geval:
a. een ernstige aanrijding;
b. een brand of het vermoeden daarvan;
c. het vrijkomen van gevaarlijke stoffen of een vermoeden daarvan;
d. een brand in de verkeerscentrale;
e. een bommelding.