BWBR0019806
Geldig vanaf 2013-06-20
Artikel 13a
Regeling aanvullende regels veiligheid wegtunnels
1. De gestandaardiseerde uitrusting als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van de wetbestaat voor een tunnel langer dan 250 meter en ten hoogste 500 meter uit:
a. bluswatervoorziening;
b. C2000;
c. calamiteitendoorsteek;
d. elektrische energiebron;
e. hulpposten;
f. noodtelefoon;
g. overdrukvoorziening grensruimte, tenzij er geen grensruimte is;
h. verlichting verkeersbuis;
i. vloeistofafvoer;
j. vloeistofpompinstallatie;
k. vluchtdeurindicatie;
l. veilige vluchtroute, bestaande uit een middentunnelkanaal met de volgende uitrusting: i. verlichting veilige vluchtroute;
ii. rij van vluchtdeuren;
iii. overdrukvoorziening veilige vluchtroute;
iv. vluchtroute-indicatie;
v. kopdeur middentunnelkanaal,
i. verlichting veilige vluchtroute;
ii. rij van vluchtdeuren;
iii. overdrukvoorziening veilige vluchtroute;
iv. vluchtroute-indicatie;
v. kopdeur middentunnelkanaal,
2. Indien de beheerder dit verkeerskundig noodzakelijk acht, beschikt de tunnel tevens over handmatig bedienbare afsluitbomen.
3. Een tunnel langer dan 250 meter en ten hoogste 500 meter wordt uitgerust met de in het eerste lid bedoelde onderdelen overeenkomstig de voorschriften van bijlage 4, paragrafen 1 tot en met 4, 16, 17, 19 tot en met 24, 29, 30, 32, 34 en 35 bij deze regeling.
a. bluswatervoorziening;
b. C2000;
c. calamiteitendoorsteek;
d. elektrische energiebron;
e. hulpposten;
f. noodtelefoon;
g. overdrukvoorziening grensruimte, tenzij er geen grensruimte is;
h. verlichting verkeersbuis;
i. vloeistofafvoer;
j. vloeistofpompinstallatie;
k. vluchtdeurindicatie;
l. veilige vluchtroute, bestaande uit een middentunnelkanaal met de volgende uitrusting: i. verlichting veilige vluchtroute;
ii. rij van vluchtdeuren;
iii. overdrukvoorziening veilige vluchtroute;
iv. vluchtroute-indicatie;
v. kopdeur middentunnelkanaal,
i. verlichting veilige vluchtroute;
ii. rij van vluchtdeuren;
iii. overdrukvoorziening veilige vluchtroute;
iv. vluchtroute-indicatie;
v. kopdeur middentunnelkanaal,
2. Indien de beheerder dit verkeerskundig noodzakelijk acht, beschikt de tunnel tevens over handmatig bedienbare afsluitbomen.
3. Een tunnel langer dan 250 meter en ten hoogste 500 meter wordt uitgerust met de in het eerste lid bedoelde onderdelen overeenkomstig de voorschriften van bijlage 4, paragrafen 1 tot en met 4, 16, 17, 19 tot en met 24, 29, 30, 32, 34 en 35 bij deze regeling.