BWBR0019800
Geldig vanaf 2006-04-30
Artikel 4
Tijdelijke subsidieregeling energiebesparing huishoudens met lage inkomens 2006
1. Als subsidiabele kosten worden in aanmerking genomen de volgende noodzakelijke, rechtstreeks aan het project toe te rekenen en door de subsidieaanvrager in de bij de subsidieverlening vermelde periode gemaakte en betaalde:
a. loonkosten van het bij de uitvoering van het project direct betrokken personeel, berekend op basis van het brutoloon volgens de kolommen 3, 4 en 13 van de loonstaat van de betrokken medewerkers, exclusief volledig winstafhankelijke uitkeringen, verhoogd met de wettelijke dan wel op grond van een collectieve arbeidsovereenkomst verschuldigde opslagen voor sociale lasten, met dien verstande dat wordt uitgegaan van een uurloon, berekend op basis van het jaarloon bij een volledige betrekking, gedeeld door 1600, met een maximum uurloon van € 110,– inclusief BTW;
b. kosten van verbruikte materialen en hulpmiddelen, gebaseerd op historische aanschafprijzen;
c. kosten van aanschaf van eenvoudige energiebesparende voorzieningen;
d. aan derden verschuldigde kosten ter zake van door hen verleende diensten;
e. reis- en verblijfkosten, tot een maximum van 10% van de kosten van het project;
f. algemene kosten, tot een maximum van 40% van de loonkosten, bedoeld onder a;
g. kosten van de in artikel 5, eerste lid, onderdeel c, bedoelde controle, tot een maximum van acht uren en een maximum uurtarief van € 110,– inclusief omzetbelasting.
2. Indien geen loonkosten als bedoeld in het eerste lid, onder a, worden gemaakt, maar niettemin arbeid ten behoeve van het project wordt verricht, kan de minister daarvoor een redelijk bedrag vaststellen, dat als subsidiabele kosten mede in aanmerking wordt genomen.
3. Kosten worden in aanmerking genomen met inbegrip van omzetbelasting, indien de subsidieaanvrager de omzetbelasting niet in aftrek kan brengen.
4. Kosten van de verkrijging of het gebruik van meubilair, hulpmiddelen of apparatuur voor kantoorinrichting of kantoorinventaris zijn geen subsidiabele kosten.
a. loonkosten van het bij de uitvoering van het project direct betrokken personeel, berekend op basis van het brutoloon volgens de kolommen 3, 4 en 13 van de loonstaat van de betrokken medewerkers, exclusief volledig winstafhankelijke uitkeringen, verhoogd met de wettelijke dan wel op grond van een collectieve arbeidsovereenkomst verschuldigde opslagen voor sociale lasten, met dien verstande dat wordt uitgegaan van een uurloon, berekend op basis van het jaarloon bij een volledige betrekking, gedeeld door 1600, met een maximum uurloon van € 110,– inclusief BTW;
b. kosten van verbruikte materialen en hulpmiddelen, gebaseerd op historische aanschafprijzen;
c. kosten van aanschaf van eenvoudige energiebesparende voorzieningen;
d. aan derden verschuldigde kosten ter zake van door hen verleende diensten;
e. reis- en verblijfkosten, tot een maximum van 10% van de kosten van het project;
f. algemene kosten, tot een maximum van 40% van de loonkosten, bedoeld onder a;
g. kosten van de in artikel 5, eerste lid, onderdeel c, bedoelde controle, tot een maximum van acht uren en een maximum uurtarief van € 110,– inclusief omzetbelasting.
2. Indien geen loonkosten als bedoeld in het eerste lid, onder a, worden gemaakt, maar niettemin arbeid ten behoeve van het project wordt verricht, kan de minister daarvoor een redelijk bedrag vaststellen, dat als subsidiabele kosten mede in aanmerking wordt genomen.
3. Kosten worden in aanmerking genomen met inbegrip van omzetbelasting, indien de subsidieaanvrager de omzetbelasting niet in aftrek kan brengen.
4. Kosten van de verkrijging of het gebruik van meubilair, hulpmiddelen of apparatuur voor kantoorinrichting of kantoorinventaris zijn geen subsidiabele kosten.