BWBR0019800
Geldig vanaf 2006-04-30
Artikel 3
Tijdelijke subsidieregeling energiebesparing huishoudens met lage inkomens 2006
1. Bij de subsidieverlening worden aanvragen gelijktijdig beoordeeld op basis van de geschiktheid van de projecten om bij te dragen aan de doelstelling van deze regeling. De minister verdeelt het voor een bepaald jaar beschikbaar gestelde subsidiebedrag in de volgorde van geschiktheid.
2. De mate waarin een project geschikt is om bij te dragen aan de doelstelling van deze regeling wordt bepaald aan de hand van:
a. de slaagkans van het project;
b. het belang van het project voor de vermindering van de uitstoot van CO2;
c. de mate waarin aannemelijk is dat met het project een zo groot mogelijk deel van de doelgroep wordt bereikt, met dien verstande dat aannemelijk dient te zijn dat ten minste 50% van het totaal aantal huishoudens dat met het project wordt bereikt behoort tot de doelgroep;
d. de mate waarin binnen het project aandacht wordt besteed aan een gezond en veilig binnenklimaat;
e. de mate waarin en de wijze waarop wordt samengewerkt met andere partijen;
f. de mate waarin in het project evenwichtig aandacht wordt besteed aan het verstrekken van adviezen over energiebesparing, het bevorderen van het treffen van eenvoudige energiebesparende voorzieningen en het ondersteunen van de doelgroep bij deelname aan andere regelingen gericht op energiebesparing;
g. de kosteneffectiviteit van het project, uitgedrukt in ton vermindering van de uitstoot van CO2 die naar verwachting per euro aangevraagde subsidie zal worden gerealiseerd;
h. de mate waarin de aanvrager of andere betrokken partijen, niet zijnde de doelgroep, zelf de kosten van het project dragen;
i. de mate waarin het project een innovatief karakter heeft.
2. De mate waarin een project geschikt is om bij te dragen aan de doelstelling van deze regeling wordt bepaald aan de hand van:
a. de slaagkans van het project;
b. het belang van het project voor de vermindering van de uitstoot van CO2;
c. de mate waarin aannemelijk is dat met het project een zo groot mogelijk deel van de doelgroep wordt bereikt, met dien verstande dat aannemelijk dient te zijn dat ten minste 50% van het totaal aantal huishoudens dat met het project wordt bereikt behoort tot de doelgroep;
d. de mate waarin binnen het project aandacht wordt besteed aan een gezond en veilig binnenklimaat;
e. de mate waarin en de wijze waarop wordt samengewerkt met andere partijen;
f. de mate waarin in het project evenwichtig aandacht wordt besteed aan het verstrekken van adviezen over energiebesparing, het bevorderen van het treffen van eenvoudige energiebesparende voorzieningen en het ondersteunen van de doelgroep bij deelname aan andere regelingen gericht op energiebesparing;
g. de kosteneffectiviteit van het project, uitgedrukt in ton vermindering van de uitstoot van CO2 die naar verwachting per euro aangevraagde subsidie zal worden gerealiseerd;
h. de mate waarin de aanvrager of andere betrokken partijen, niet zijnde de doelgroep, zelf de kosten van het project dragen;
i. de mate waarin het project een innovatief karakter heeft.