BWBR0019767
Geldig vanaf 2006-05-01
Artikel 7
Regeling materieelbeheer rijksoverheid 2006
1. Van aangewezen voorraden houdt de minister of het college een voorraadadministratie bij.
2. De administratie van een aangewezen voorraad, benodigd voor de bedrijfsvoering, bevat in het algemeen gegevens omtrent:
a. de aard van de in voorraad gehouden zaken in een bij elke zaak passende eenheid;
b. de aanwezige hoeveelheden, alsmede de voorraadmutaties;
c. de aanschafprijzen;
d. de leveranciers;
e. de locatie waar de voorraad wordt aangehouden;
f. de namen van de voorraadbeheerders en van de beschikkende functionarissen.
3. Tot afgifte van zaken uit een aangewezen voorraad is uitsluitend bevoegd de betrokken voorraadbeheerder in opdracht van de beschikkende functionarissen.
4. Bij het beheer van een aangewezen voorraad wordt een voldoende functiescheiding toegepast.
5. In het algemeen ten minste eenmaal per jaar wordt door middel van een aanwezigheidscontrole, te verrichten door een van de voorraadbeheerder onafhankelijke functionaris, nagegaan of de voorraad in overeenstemming is met de bijgehouden voorraadadministratie. De resultaten van die controle worden betrouwbaar vastgelegd.
6. Na afloop van elk jaar legt de voorraadbeheerder verantwoording af over het door hem in het voorafgaande jaar gevoerde voorraadbeheer overeenkomstig de door de minister of het college vastgestelde procedure.
2. De administratie van een aangewezen voorraad, benodigd voor de bedrijfsvoering, bevat in het algemeen gegevens omtrent:
a. de aard van de in voorraad gehouden zaken in een bij elke zaak passende eenheid;
b. de aanwezige hoeveelheden, alsmede de voorraadmutaties;
c. de aanschafprijzen;
d. de leveranciers;
e. de locatie waar de voorraad wordt aangehouden;
f. de namen van de voorraadbeheerders en van de beschikkende functionarissen.
3. Tot afgifte van zaken uit een aangewezen voorraad is uitsluitend bevoegd de betrokken voorraadbeheerder in opdracht van de beschikkende functionarissen.
4. Bij het beheer van een aangewezen voorraad wordt een voldoende functiescheiding toegepast.
5. In het algemeen ten minste eenmaal per jaar wordt door middel van een aanwezigheidscontrole, te verrichten door een van de voorraadbeheerder onafhankelijke functionaris, nagegaan of de voorraad in overeenstemming is met de bijgehouden voorraadadministratie. De resultaten van die controle worden betrouwbaar vastgelegd.
6. Na afloop van elk jaar legt de voorraadbeheerder verantwoording af over het door hem in het voorafgaande jaar gevoerde voorraadbeheer overeenkomstig de door de minister of het college vastgestelde procedure.