BWBR0019767
Geldig vanaf 2006-05-01
Artikel 1
Regeling materieelbeheer rijksoverheid 2006
1. In deze regeling wordt verstaan onder:
a. minister: de minister wie het aangaat;
b. college: een college, genoemd in artikel 1, eerste lid, onder e, van de Comptabiliteitswet 20011Zoals deze artikelonderdelen van de Comptabiliteitswet 2001 komen te luiden, nadat het bij koninklijke boodschap van 13 oktober 2004 ingediende voorstel van wet tot Tweede wijziging van de Comptabiliteitswet 2001 (Kamerstukken II, 2004–2005, 29.833, nr. 2) tot wet is verheven en in werking is getreden., wie het aangaat;
c. materieelbeheer: de zorg voor niet-geldelijke zaken vanaf het moment van inbeheer- of ingebruikneming tot aan het moment van afstoting;
d. overtolligstelling: de vaststelling dat een zaak niet langer nodig is voor de bedrijfsvoering;
e. budgettairemiddelenafspraak: de afspraak tussen de Minister van Financiën en een minister of een college over de budgettaire bestemming van de opbrengst van een afgestoten zaak;
f. budgettairebijdrageafspraak: de afspraak tussen de Minister van Financiën en een minister of een college over de budgettaire bijdrage van de minister, respectievelijk het college in de door de dienst Domeinen te maken kosten van afstoting van een zaak.
2. Voor de toepassing van deze regeling worden tot onroerende zaken mede gerekend zaken ten aanzien waarvan aan de Staat een niet-zakelijk recht tot gebruik is verleend.
3. Deze regeling is niet van toepassing op:
a. de archieven van het Rijk;
b. museale voorwerpen als bedoeld in artikel 1, onderdeel c, van de Regeling materieelbeheer museale voorwerpen;
a. minister: de minister wie het aangaat;
b. college: een college, genoemd in artikel 1, eerste lid, onder e, van de Comptabiliteitswet 20011Zoals deze artikelonderdelen van de Comptabiliteitswet 2001 komen te luiden, nadat het bij koninklijke boodschap van 13 oktober 2004 ingediende voorstel van wet tot Tweede wijziging van de Comptabiliteitswet 2001 (Kamerstukken II, 2004–2005, 29.833, nr. 2) tot wet is verheven en in werking is getreden., wie het aangaat;
c. materieelbeheer: de zorg voor niet-geldelijke zaken vanaf het moment van inbeheer- of ingebruikneming tot aan het moment van afstoting;
d. overtolligstelling: de vaststelling dat een zaak niet langer nodig is voor de bedrijfsvoering;
e. budgettairemiddelenafspraak: de afspraak tussen de Minister van Financiën en een minister of een college over de budgettaire bestemming van de opbrengst van een afgestoten zaak;
f. budgettairebijdrageafspraak: de afspraak tussen de Minister van Financiën en een minister of een college over de budgettaire bijdrage van de minister, respectievelijk het college in de door de dienst Domeinen te maken kosten van afstoting van een zaak.
2. Voor de toepassing van deze regeling worden tot onroerende zaken mede gerekend zaken ten aanzien waarvan aan de Staat een niet-zakelijk recht tot gebruik is verleend.
3. Deze regeling is niet van toepassing op:
a. de archieven van het Rijk;
b. museale voorwerpen als bedoeld in artikel 1, onderdeel c, van de Regeling materieelbeheer museale voorwerpen;