BWBR0019759
Geldig vanaf 2009-11-04
Artikel 2
Regeling instemming deelname aan Kyoto-projectactiviteiten
1. Bij een verzoek om instemming met deelname aan een CDM-projectactiviteit als bedoeld in artikel 16.46b, derde lid, van de wet, worden de volgende gegevens verstrekt:
a. in het geval de projectactiviteit reeds door de CDM-raad overeenkomstig de overeenkomstig het Protocol van Kyoto genomen besluiten is geregistreerd: de naam en het registratienummer van de projectactiviteit en de datum van registratie;
b. in het geval de projectactiviteit nog niet door de CDM-raad is geregistreerd: de naam van de projectactiviteit alsmede de website waarop het ontwerp van die activiteit voor inspraak is gepubliceerd overeenkomstig artikel 40, onder b, van de Modaliteiten en procedures voor een mechanisme van schone ontwikkeling als bedoeld in artikel 12 van het Protocol van Kyoto en: 1°. voor zover het gaat om projectactiviteiten voor het opwekken van elektriciteit door waterkracht met een opwekkingsvermogen van meer dan 20 MW: de datum waarop de termijn voor inspraak is afgelopen;
2°. voor zover het gaat om andere projectactiviteiten dan projectactiviteiten als bedoeld onder 1°: de datum waarop het ontwerp van die activiteit voor inspraak is gepubliceerd.
1°. voor zover het gaat om projectactiviteiten voor het opwekken van elektriciteit door waterkracht met een opwekkingsvermogen van meer dan 20 MW: de datum waarop de termijn voor inspraak is afgelopen;
2°. voor zover het gaat om andere projectactiviteiten dan projectactiviteiten als bedoeld onder 1°: de datum waarop het ontwerp van die activiteit voor inspraak is gepubliceerd.
2. Bij het verzoek worden de volgende bescheiden overgelegd:
a. in het geval de projectdeelnemer geen natuurlijke persoon is: een afschrift van de inschrijving in het handelsregister waarop de naam van de projectdeelnemer staat vermeld of, in het geval van een buiten Nederland gevestigde projectdeelnemer: 1º. een daaraan gelijkwaardig document of 2º. in het geval geen gelijkwaardig document als bedoeld onder a bestaat: een ander document waaruit de naam van de projectdeelnemer blijkt;
b. in het geval de projectdeelnemer een natuurlijke persoon is: een kopie van een geldig legitimatiebewijs;
c. een verklaring van de projectdeelnemer dat de deelname aan de projectactiviteit zal voldoen aan de eisen die in het Protocol van Kyoto en de overeenkomstig dat protocol genomen besluiten aan die deelname zijn gesteld;
d. voorzover het gaat om projectactiviteiten voor het opwekken van elektriciteit door waterkracht met een opwekkingsvermogen van meer dan 20 MW: een rapport waarin wordt aangetoond dat de in artikel 11ter, zesde lid, van de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten bedoelde richtlijnen van de Wereldcommissie Stuwdammen in acht worden genomen, welk rapport is gevalideerd door: 1°. een door de algemene vergadering van de Partijen bij het Protocol van Kyoto volgens de procedure, bedoeld in sectie E van de Modaliteiten en procedures voor een mechanisme van schone ontwikkeling als bedoeld in artikel 12 van het Protocol van Kyoto, aangewezen entiteit voor het valideren van projectactiviteiten, of
2°. een overeenkomstig artikel 3b geaccepteerde gekwalificeerde onafhankelijke derde partij, behoudens wanneer de bevoegde autoriteit van een andere lidstaat van de Europese Unie ten aanzien van de betrokken projectactiviteit reeds een nalevingsrapport heeft geaccepteerd, in welk geval kan worden volstaan met overlegging van een kopie van laatstbedoeld nalevingsrapport.
1°. een door de algemene vergadering van de Partijen bij het Protocol van Kyoto volgens de procedure, bedoeld in sectie E van de Modaliteiten en procedures voor een mechanisme van schone ontwikkeling als bedoeld in artikel 12 van het Protocol van Kyoto, aangewezen entiteit voor het valideren van projectactiviteiten, of
2°. een overeenkomstig artikel 3b geaccepteerde gekwalificeerde onafhankelijke derde partij, behoudens wanneer de bevoegde autoriteit van een andere lidstaat van de Europese Unie ten aanzien van de betrokken projectactiviteit reeds een nalevingsrapport heeft geaccepteerd, in welk geval kan worden volstaan met overlegging van een kopie van laatstbedoeld nalevingsrapport.
3. De in het tweede lid, onder c, bedoelde verklaring, alsmede het nalevingsrapport hydro-elektrische projectactiviteiten mogen Engelstalig zijn. Voorzover het document, bedoeld in het tweede lid, onder a, onder 1° of 2°, niet in de Nederlandse of Engelse taal is gesteld, wordt een door een beëdigd vertaler opgestelde Nederlandse of Engelse vertaling daarvan overgelegd.
a. in het geval de projectactiviteit reeds door de CDM-raad overeenkomstig de overeenkomstig het Protocol van Kyoto genomen besluiten is geregistreerd: de naam en het registratienummer van de projectactiviteit en de datum van registratie;
b. in het geval de projectactiviteit nog niet door de CDM-raad is geregistreerd: de naam van de projectactiviteit alsmede de website waarop het ontwerp van die activiteit voor inspraak is gepubliceerd overeenkomstig artikel 40, onder b, van de Modaliteiten en procedures voor een mechanisme van schone ontwikkeling als bedoeld in artikel 12 van het Protocol van Kyoto en: 1°. voor zover het gaat om projectactiviteiten voor het opwekken van elektriciteit door waterkracht met een opwekkingsvermogen van meer dan 20 MW: de datum waarop de termijn voor inspraak is afgelopen;
2°. voor zover het gaat om andere projectactiviteiten dan projectactiviteiten als bedoeld onder 1°: de datum waarop het ontwerp van die activiteit voor inspraak is gepubliceerd.
1°. voor zover het gaat om projectactiviteiten voor het opwekken van elektriciteit door waterkracht met een opwekkingsvermogen van meer dan 20 MW: de datum waarop de termijn voor inspraak is afgelopen;
2°. voor zover het gaat om andere projectactiviteiten dan projectactiviteiten als bedoeld onder 1°: de datum waarop het ontwerp van die activiteit voor inspraak is gepubliceerd.
2. Bij het verzoek worden de volgende bescheiden overgelegd:
a. in het geval de projectdeelnemer geen natuurlijke persoon is: een afschrift van de inschrijving in het handelsregister waarop de naam van de projectdeelnemer staat vermeld of, in het geval van een buiten Nederland gevestigde projectdeelnemer: 1º. een daaraan gelijkwaardig document of 2º. in het geval geen gelijkwaardig document als bedoeld onder a bestaat: een ander document waaruit de naam van de projectdeelnemer blijkt;
b. in het geval de projectdeelnemer een natuurlijke persoon is: een kopie van een geldig legitimatiebewijs;
c. een verklaring van de projectdeelnemer dat de deelname aan de projectactiviteit zal voldoen aan de eisen die in het Protocol van Kyoto en de overeenkomstig dat protocol genomen besluiten aan die deelname zijn gesteld;
d. voorzover het gaat om projectactiviteiten voor het opwekken van elektriciteit door waterkracht met een opwekkingsvermogen van meer dan 20 MW: een rapport waarin wordt aangetoond dat de in artikel 11ter, zesde lid, van de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten bedoelde richtlijnen van de Wereldcommissie Stuwdammen in acht worden genomen, welk rapport is gevalideerd door: 1°. een door de algemene vergadering van de Partijen bij het Protocol van Kyoto volgens de procedure, bedoeld in sectie E van de Modaliteiten en procedures voor een mechanisme van schone ontwikkeling als bedoeld in artikel 12 van het Protocol van Kyoto, aangewezen entiteit voor het valideren van projectactiviteiten, of
2°. een overeenkomstig artikel 3b geaccepteerde gekwalificeerde onafhankelijke derde partij, behoudens wanneer de bevoegde autoriteit van een andere lidstaat van de Europese Unie ten aanzien van de betrokken projectactiviteit reeds een nalevingsrapport heeft geaccepteerd, in welk geval kan worden volstaan met overlegging van een kopie van laatstbedoeld nalevingsrapport.
1°. een door de algemene vergadering van de Partijen bij het Protocol van Kyoto volgens de procedure, bedoeld in sectie E van de Modaliteiten en procedures voor een mechanisme van schone ontwikkeling als bedoeld in artikel 12 van het Protocol van Kyoto, aangewezen entiteit voor het valideren van projectactiviteiten, of
2°. een overeenkomstig artikel 3b geaccepteerde gekwalificeerde onafhankelijke derde partij, behoudens wanneer de bevoegde autoriteit van een andere lidstaat van de Europese Unie ten aanzien van de betrokken projectactiviteit reeds een nalevingsrapport heeft geaccepteerd, in welk geval kan worden volstaan met overlegging van een kopie van laatstbedoeld nalevingsrapport.
3. De in het tweede lid, onder c, bedoelde verklaring, alsmede het nalevingsrapport hydro-elektrische projectactiviteiten mogen Engelstalig zijn. Voorzover het document, bedoeld in het tweede lid, onder a, onder 1° of 2°, niet in de Nederlandse of Engelse taal is gesteld, wordt een door een beëdigd vertaler opgestelde Nederlandse of Engelse vertaling daarvan overgelegd.