BWBR0019728
Geldig vanaf 2008-08-20
Artikel 7
Regeling politiehonden
1. De minister wijst rijksgecommitteerden aan voor de politiespeurhond, de politiesurveillancehond en de AOT-hond.
2. Artikel 6, vierde en vijfde lid, zijn van overeenkomstige toepassing op de rijksgecommitteerden voor de politiespeurhond, respectievelijk voor de politiesurveillancehond en voor de AOT-hond.
3. De rijksgecommitteerden voor de politiespeurhond, respectievelijk de rijksgecommitteerden voor de politiesurveillancehond, respectievelijk de rijksgecommitteerden voor de AOT-hond houden toezicht op de kwaliteit en de objectiviteit van de keuringen en herkeuringen door de keuringscommissie voor de politiespeurhond, respectievelijk de keuringscommissie voor de politiesurveillancehond, respectievelijk de keuringscommissie voor de AOT-hond en de juiste naleving van de regels terzake.
4. De rijksgecommitteerden rapporteren jaarlijks over hun activiteiten aan de minister.
2. Artikel 6, vierde en vijfde lid, zijn van overeenkomstige toepassing op de rijksgecommitteerden voor de politiespeurhond, respectievelijk voor de politiesurveillancehond en voor de AOT-hond.
3. De rijksgecommitteerden voor de politiespeurhond, respectievelijk de rijksgecommitteerden voor de politiesurveillancehond, respectievelijk de rijksgecommitteerden voor de AOT-hond houden toezicht op de kwaliteit en de objectiviteit van de keuringen en herkeuringen door de keuringscommissie voor de politiespeurhond, respectievelijk de keuringscommissie voor de politiesurveillancehond, respectievelijk de keuringscommissie voor de AOT-hond en de juiste naleving van de regels terzake.
4. De rijksgecommitteerden rapporteren jaarlijks over hun activiteiten aan de minister.