BWBR0019728
Geldig vanaf 2008-08-20
Artikel 12
Regeling politiehonden
1. Aan een keuring van een combinatie van een geleider en een AOT-hond kunnen deelnemen ambtenaren van politie die sedert tenminste twee jaar behoren tot een aanhoudings- en ondersteuningsteam en die zijn aangewezen als geleider.
2. De keuring van een combinatie van geleider en AOT-hond geschiedt door de keuringscommissie voor de AOT-hond op basis van het keuringsreglement voor de AOT-hond.
3. Het keuringsreglement voor de AOT-hond bevat ten minste de volgende eisen:
a. volgzaamheid en gehoorzaamheid van de AOT-hond aan de geleider;
b. het kunnen participeren in procedures temidden van de leden van het aanhoudings- en ondersteuningsteam;
c. het onder bepaalde omstandigheden, op een bepaalde afstand, niet hoorbaar zijn;
d. de vaardigheid van de AOT-hond in het kunnen nemen van alle hindernissen die voor een goed functioneren in de praktijk noodzakelijk zijn; en
e. het vermogen van de AOT-hond om op commando van de geleider geweld tegen derden toe te passen respectievelijk te beëindigen.
4. De AOT-hond wordt gedurende de keuring geleid door zijn geleider.
5. Indien de keuring niet met goed gevolg wordt afgelegd, bestaat de mogelijkheid van maximaal twee herkansingen.
2. De keuring van een combinatie van geleider en AOT-hond geschiedt door de keuringscommissie voor de AOT-hond op basis van het keuringsreglement voor de AOT-hond.
3. Het keuringsreglement voor de AOT-hond bevat ten minste de volgende eisen:
a. volgzaamheid en gehoorzaamheid van de AOT-hond aan de geleider;
b. het kunnen participeren in procedures temidden van de leden van het aanhoudings- en ondersteuningsteam;
c. het onder bepaalde omstandigheden, op een bepaalde afstand, niet hoorbaar zijn;
d. de vaardigheid van de AOT-hond in het kunnen nemen van alle hindernissen die voor een goed functioneren in de praktijk noodzakelijk zijn; en
e. het vermogen van de AOT-hond om op commando van de geleider geweld tegen derden toe te passen respectievelijk te beëindigen.
4. De AOT-hond wordt gedurende de keuring geleid door zijn geleider.
5. Indien de keuring niet met goed gevolg wordt afgelegd, bestaat de mogelijkheid van maximaal twee herkansingen.