BWBR0019688
Geldig vanaf 2006-05-31
Artikel 9
Subsidieregeling Huygens Scholarship Programme
1. De subsidie, die wordt verstrekt aan een student als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel a, wordt aan de instelling uitbetaald, nadat die instelling heeft verklaard dat deze:
a. de student toelaat tot de opleiding;
b. het subsidiebedrag, verminderd met het door de student verschuldigde collegegeld, aan de student, overmaakt, met dien verstande dat de instelling het gedeelte van de subsidie dat ziet op de tegemoetkoming in de kosten, bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdelen c en e, in maandelijkse termijnen uitkeert;
c. binnen drie maanden na afloop van de periode waarop de subsidieverstrekking ziet, een overzicht verstrekt van alle door de student behaalde studieresultaten; en
d. de minister onverwijld schriftelijk informeert, indien de activiteiten waarvoor de subsidie wordt verstrekt niet, of niet geheel zijn gestart, aanzienlijk zijn vertraagd of voortijdig zijn beëindigd.
2. De subsidie die wordt verstrekt aan een student als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel b, wordt aan de student, afhankelijk van de duur van de periode waarvoor subsidie wordt verkregen, uitbetaald in minimaal twee en maximaal vier termijnen, nadat deze het bewijs heeft overlegd dat hij tot het hoger onderwijs aan de buitenlandse instelling is toegelaten.
3. De subsidie die wordt verstrekt aan een promovendus als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel c, wordt aan de instelling uitbetaald, nadat die instelling heeft verklaard dat deze:
a. de promovendus toelaat tot het promotieonderzoek;
b. het subsidiebedrag aan de promovendus overmaakt, met dien verstande dat de instelling het gedeelte van de subsidie dat ziet op de tegemoetkoming in de kosten, bedoeld in artikel 5, derde lid, onderdelen b en d, in maandelijkse termijnen aan de promovendus uitkeert;
c. binnen drie maanden na afloop van de periode waarop de subsidieverstrekking ziet, een door de promotor en promovendus opgestelde en ondertekende evaluatie verstrekt van alle onderzoeksactiviteiten; en
d. de minister onverwijld schriftelijk informeert, indien de activiteiten waarvoor de subsidie wordt verstrekt niet, of niet geheel zijn gestart, aanzienlijk zijn vertraagd of voortijdig zijn beëindigd.
a. de student toelaat tot de opleiding;
b. het subsidiebedrag, verminderd met het door de student verschuldigde collegegeld, aan de student, overmaakt, met dien verstande dat de instelling het gedeelte van de subsidie dat ziet op de tegemoetkoming in de kosten, bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdelen c en e, in maandelijkse termijnen uitkeert;
c. binnen drie maanden na afloop van de periode waarop de subsidieverstrekking ziet, een overzicht verstrekt van alle door de student behaalde studieresultaten; en
d. de minister onverwijld schriftelijk informeert, indien de activiteiten waarvoor de subsidie wordt verstrekt niet, of niet geheel zijn gestart, aanzienlijk zijn vertraagd of voortijdig zijn beëindigd.
2. De subsidie die wordt verstrekt aan een student als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel b, wordt aan de student, afhankelijk van de duur van de periode waarvoor subsidie wordt verkregen, uitbetaald in minimaal twee en maximaal vier termijnen, nadat deze het bewijs heeft overlegd dat hij tot het hoger onderwijs aan de buitenlandse instelling is toegelaten.
3. De subsidie die wordt verstrekt aan een promovendus als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel c, wordt aan de instelling uitbetaald, nadat die instelling heeft verklaard dat deze:
a. de promovendus toelaat tot het promotieonderzoek;
b. het subsidiebedrag aan de promovendus overmaakt, met dien verstande dat de instelling het gedeelte van de subsidie dat ziet op de tegemoetkoming in de kosten, bedoeld in artikel 5, derde lid, onderdelen b en d, in maandelijkse termijnen aan de promovendus uitkeert;
c. binnen drie maanden na afloop van de periode waarop de subsidieverstrekking ziet, een door de promotor en promovendus opgestelde en ondertekende evaluatie verstrekt van alle onderzoeksactiviteiten; en
d. de minister onverwijld schriftelijk informeert, indien de activiteiten waarvoor de subsidie wordt verstrekt niet, of niet geheel zijn gestart, aanzienlijk zijn vertraagd of voortijdig zijn beëindigd.