BWBR0019636
Geldig vanaf 2006-03-22
Artikel 7
Besluit rechtspositie leden Commissie gelijke behandeling
1. De leden van de Commissie hebben, overeenkomstig de bepalingen die voor burgerlijke rijksambtenaren gelden, aanspraak op een vakantie-uitkering, een eindejaarsuitkering, een ziektekostenvergoeding, een waarnemingstoelage, een vergoeding van reis- en verblijfkosten, een representatiekostenvergoeding en een vergoeding van verplaatsingskosten.
2. Voorts ontvangen de leden van de Commissie een gratificatie ter zake van veeljarige dienst op de tijdstippen en tot de bedragen die gelden voor burgerlijke rijksambtenaren. Bij de bepaling van de diensttijd wordt, overeenkomstig de bepalingen die voor burgerlijke rijksambtenaren gelden, rekening gehouden met tijd in overheidsdienst doorgebracht.
3. Aan een lid of leden van de Commissie kan overeenkomstig artikel 22a van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984een eenmalige of periodieke toeslag worden toegekend.
4. Indien aan de burgerlijke rijksambtenaren een eenmalige uitkering wordt toegekend, ontvangen de leden van de Commissie deze op gelijke voet van Onze Minister.
5. De bevoegdheden die op grond van het eerste tot en met derde lid van overeenkomstige toepassing zijn, worden uitgeoefend door Onze Minister, met dien verstande dat de bevoegdheden van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties onderscheidenlijk aan een bepaald gezag toekomende regelgevende bevoegdheden door die minister onderscheidenlijk dat gezag worden uitgeoefend.
2. Voorts ontvangen de leden van de Commissie een gratificatie ter zake van veeljarige dienst op de tijdstippen en tot de bedragen die gelden voor burgerlijke rijksambtenaren. Bij de bepaling van de diensttijd wordt, overeenkomstig de bepalingen die voor burgerlijke rijksambtenaren gelden, rekening gehouden met tijd in overheidsdienst doorgebracht.
3. Aan een lid of leden van de Commissie kan overeenkomstig artikel 22a van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984een eenmalige of periodieke toeslag worden toegekend.
4. Indien aan de burgerlijke rijksambtenaren een eenmalige uitkering wordt toegekend, ontvangen de leden van de Commissie deze op gelijke voet van Onze Minister.
5. De bevoegdheden die op grond van het eerste tot en met derde lid van overeenkomstige toepassing zijn, worden uitgeoefend door Onze Minister, met dien verstande dat de bevoegdheden van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties onderscheidenlijk aan een bepaald gezag toekomende regelgevende bevoegdheden door die minister onderscheidenlijk dat gezag worden uitgeoefend.