BWBR0019636
Geldig vanaf 2006-03-22
Artikel 2
Besluit rechtspositie leden Commissie gelijke behandeling
1. In geval van het bij de Commissie openvallen van een plaats van voorzitter onderscheidenlijk ondervoorzitter, ander lid of plaatsvervangend lid, stelt de Commissie onderscheidenlijk de voorzitter, na overleg met de overige leden van de Commissie, een lijst van aanbeveling op van ten hoogste drie kandidaten. De Commissie onderscheidenlijk de voorzitter zendt de lijst van aanbeveling aan Onze Minister.
2. Indien Onze Minister voornemens is een lid of een plaatsvervangend lid van de Commissie na het verstrijken van diens benoemingstermijn niet te herbenoemen, doet hij hiervan aan het betrokken lid of plaatsvervangend lid van de Commissie zo tijdig mogelijk, doch uiterlijk drie maanden voor het verstrijken van die termijn, schriftelijk mededeling.
3. Indien een lid of een plaatsvervangend lid na het verstrijken van zijn benoemingstermijn niet voor herbenoeming in aanmerking wenst te komen, geeft hij hiervan zo tijdig mogelijk, doch uiterlijk drie maanden voor het verstrijken van die termijn, kennis aan Onze Minister.
4. Aan een lid of een plaatsvervangend lid van de Commissie wordt, behoudens in geval van herbenoeming, geacht ontslag te zijn verleend zodra zijn benoemingstermijn is verstreken.
2. Indien Onze Minister voornemens is een lid of een plaatsvervangend lid van de Commissie na het verstrijken van diens benoemingstermijn niet te herbenoemen, doet hij hiervan aan het betrokken lid of plaatsvervangend lid van de Commissie zo tijdig mogelijk, doch uiterlijk drie maanden voor het verstrijken van die termijn, schriftelijk mededeling.
3. Indien een lid of een plaatsvervangend lid na het verstrijken van zijn benoemingstermijn niet voor herbenoeming in aanmerking wenst te komen, geeft hij hiervan zo tijdig mogelijk, doch uiterlijk drie maanden voor het verstrijken van die termijn, kennis aan Onze Minister.
4. Aan een lid of een plaatsvervangend lid van de Commissie wordt, behoudens in geval van herbenoeming, geacht ontslag te zijn verleend zodra zijn benoemingstermijn is verstreken.