BWBR0019626
Geldig vanaf 2006-03-16
Artikel 5
Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar Dienst Werk en Inkomen gemeente Amsterdam 2006
De buitengewoon opsporingsambtenaar is bevoegd bij de opsporing van de in artikel 3, eerste lid, onder a. en b. genoemde strafbare feiten gebruik te maken van de bevoegdheden, bedoeld in artikel 8, eerste en derde lid, van de Politiewet 1993. De buitengewoon opsporingsambtenaar gedraagt zich overeenkomstig het bepaalde in hoofdstuk 7 van de Ambtsinstructie voor de politie, de Koninklijke marechaussee en de buitengewoon opsporingsambtenaar. Alvorens de buitengewoon opsporingsambtenaar de bevoegdheden gebruikt, voldoet hij aan de eisen als gesteld in de Regeling toetsing geweldsbeheersing buitengewoon opsporingsambtenaar.